is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worpen en tenslotte haar chronologisch verband met andere verschijnselen wordt besproken.

In het hoofdstuk: Korst en substratum, wordt de kristallijne aardkorst en het glasachtige substratum beschouwd, in hoofdzaak in aansluiting aan de denkbeelden van R. A. Daly. Daarnaast worden aan de tectonische cyclussen de magmatische gekoppeld, waarbij in een viertal duidelijke blokdiagrammen hun verband volgens de opvatting van den schrijver wordt weergegeven. De moderne gezichtspunten van geophysici (Vening Meinesz, Gutenberg, Griggs, Hess), petrologen (Daly, Holmes, Rittman) en geologen (Bucher, Cloos, Kossmat, Kuenen, Molengraaff, Stille, Waterschoot v. d. Gracht) worden hier met elkaar in verband gebracht. In hoofdstuk vijf worden regionale en wereldomvattende transgressies en regressies beschouwd, waarbij vastgesteld wordt, dat de periodiciteit dezer verschijnselen er op wijst, dat het verschil tusschen de niveau's van continenten en zeebodems aan periodieke schommelingen onderhevig was.

Het zesde hoofdstuk is gewijd aan het reliëf der bodems der ■oceanen. De Atlantische Oceaan en het westelijk deel van den Indischen Oceaan vertoonen zekere overeenkomsten en beider bodems bestaan vermoedelijk uit een dunne sial-korst over het sima. De bodem van den Pacific, die voor het grootste gedeelte geen sialbedekking bezit, bezit een ander reliëf. Er zijn dan niet twee maar drie belangrijke niveau's op aarde te onderscheiden: het continentale, het atlantische en het pacifische. De theorie van Wegener wordt door den schrijver verworpen, evenals het denkbeeld dat de oceanen ontstaan zouden zijn door het wegzakken van continenten. Evenmin wordt de hypothese der permanentie der oceanen in haar strengste beteekenis aanvaard, maar wel in beperkten zin. De schrijver is het met Kuenen eens, dat de oceanen sedert meer dan iooo millioen jaren •een constante hoeveelheid water bezitten.

Om de drie niveau's op aarde te verklaren brengt Umbgrove •een nieuwe hypothese, waarin verondersteld wordt dat de buitenste sial-bolschil der aarde door een onbekende kracht tot continenten gerimpeld werd. Waar nu in het geheel geen sial meer op het sima ligt, treedt het onderste niveau (Pacific) op; waar nog ongerimpeld sial ligt, treedt het middelste niveau (Atlantische Oceaan en westelijk gedeelte van den Indischen Oceaan) op; en waar het sial gerimpeld is (continenten) het hoogste niveau. Referent ziet hierin een echte „ad hoe" hypothese, die hij niet aanvaardbaar acht, omdat geen kracht verzonnen kan worden die de verlangde rimpeling teweegbrengt. Bij . de behandeling van het vraagstuk der ijstijden worden zoowel verschuivingen van continenten als verplaatsingen der polen onnoodig geacht. Wij leven nu in een abnormaal klimaat van den pleistocenen ijstijd, dat kouder is dan dat hetwelk gedurende de langste perioden der geschiedenis der aarde heerschte. Ongeveer 250 millioen jaren geleden trad de permo-carbonische ijstijd op en ongeveer 500 millioen jaren geleden de ijstijd vlak voor het Cambrium. Sporen van ijstijden (tillieten) van tusschengelegen tijdperken worden aan plaatselijke U. A. G., LIX. 2g