is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tietze: „Sitten und Gebrauche beim Saen, Ernten, Spinnen, Ikatten, Farben und Weben der Baumwolle im Sikka-Gebiet (östlichés MittelFlores)", een levendige beschrijving van al wat een Sikkaneesche vrouw zoo al te doen en te laten heeft, wanneer zij haar, huwbaar geworden, dochter inwijdt in de juiste behandeling van de katoen, van het bewerken van den grond af tot de voltooiing van het geïkatte weefsel toe. De belangrijke plaats die de katoen in de religieuze voorstellingen van dit volk inneemt, komt hierbij duidelijk uit. Afzonderlijk worde gewezen op een curieuze totemistische mythe van den clan „nëmit Kapa , welker vrouwelijke leden wèl de garens ikatten, verven en weven, doch geen katoen aanplanten, oogsten en spinnen! Het gebruik der ikatmotieven wordt geheel beheerscht door de huidige sociale stiuctuur. Vóór haar huwelijk ikat een meisje uitsluitend de totem-emblemen, die eigendom zijn van haar vader's clan; na haar huwelijk (of liever, zoodra zij een kind verwacht) gaat zij de motieven van haar echtgenoot bezigen. Zij kan dan tevens haar eigen totemteekens nog wel blijven afbeelden, maar deze mogen op haar weefsels slechts een ondergeschikte plaats innemen.

De uitgever der serie, Dr. A. Scheller, heeft zelf twee uitvoerige bijdragen geleverd, De eerste, „Aufhüngehaken aus Indonesien und der Sudsee", is te beschouwen als een inleiding tot een breed opgezette studie^ over dit onderwerp, waarin zoowel de eenvoudige „natuurhaken" als de zeer gecompliceerde, artistiek bewerkte exemplaren zullen worden behandeld. Deze laatste nopen hem de vraag te stellen of bij de vervaardiging en het gebruik dezer haken wellicht ook andere dan practische doeleinden worden nagestreefd. Voorts is het zijn bedoeling om, op grond van overeenstemmingen en afwijkingen in den vorm, te komen tot de vaststelling van cultureele relaties. Uit dit inleidend artikel schijnt reeds te mogen worden geconcludeerd, dat ophanghaken slechts in een deel der wereld voorkomen en dat een paar grondvormen te onderscheiden zijn die ieder hun eigen verspreidingsgebied hebben. — De kern van het andere artikel: „Seidene Tücher in Doppel-Ikat-Technik, ihre Herstellung in Deutschland und ïhre Verbreitung wordt gevormd door de uitvoerige beschrijving van een (thans zoo goed als verdwenen) ikat-techniek, toegepast bij de vervaardiging van de, in Zuid-Duitschland en Zwitserland bekende, „Flammentücher". Dit zijn vierkante doeken van effen of changeant zijde met langs de vier randen een "geïkatte ornament-baan. Bij deze weefsels wordt zoowel op de schering als op den inslag gea'kat, eu in zooverre kan hier dus van „dubbel-ikat" worden gesproken. Er is echter een belangrijk verschil met bijv. de Tënganan-doeken; terwijl bij de laatste de beide bewerkingen ineengrijpen en innig samenwerken, is dit bij de Flammentücher niet het geval; waar de geïkatte banden elkaar kruisen, geschiedt dit zonder systeem.

Eindelijk brengt dit deel nog een posthuum artikel van Victor Lebzelter, ,,Prehistorische Funde aus Goemansberg (Oranje-Freistaat)", een beschrijving van een collectie steenen werktuigen die zich in het Museum te Keulen bevindt. 't?