is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ostrowiec-Cmielow in het Oosten. Het industriegebied in de Lysa Gora e.o. staat bekend als het Oude Poolsche industriegebied, in tegenstelling tot de na den wereldoorlog opgekomen middelpunten van nijverheid gelegen in de Weichsel-San-driehoek.

Met den opbouw van de moderne ijzer- en staalindustrie in Polen brak er voor het mijnbouwgebied in de Lysa Gora een slechte tijd aan. In de plaats van de Poolsche ertsen traden hoogwaardige ertsen uit het buitenland, zoodat het grootste gedeelte der mijnen en groeven in de Lysa Gora stil kwam te liggen. De oorzaken van het feit dat aan de buitenlandsche ertsen de voorkeur wordt gegeven boven de ertsen uit het eigen land zijn gelegen in de omstandigheid dat deze laatste ten gevolge van ongunstige geologische verhoudingen (geringe dikte en onregelmatig voorkomen der afzettingen) hooge productiekosten vertoonen. Bovendien wordt het transport van de ertsen van de vindplaatsen naar de hoogovens (o.a. te Starachowice en Ostrowiec) bemoeilijkt door onvoldoende verkeersmogelijkheden. Tot dusver moet een groot gedeelte der Poolsche ertsen nog met behulp van dierlijke trekkracht naar de verwerkingscentra vervoerd worden. Slechts enkele vindplaatsen in de Lysa Gora zijn door autoof spoorwegen met de hoogovens verbonden. Zoodoende konden de ertsen uit het buitenland, die in voldoende hoeveelheid en goedkooper ter beschikking stonden dan de inheemsche ertsen, deze laatste verdringen. Met een productie van 80000 ton ijzererts in 1938 voorzagen de ertsen van de Lysa Gora slechts voor 20 % in de behoeften van de Midden-Poolsche hoogovens.

Genoemde productie van 80000 ton ijzererts werd voortgebracht door een aantal kleine en zeer kleine bedrijven, die per maand gemiddeld 1000 ton leveren. Van de totale opbrengst van het Lysa Goragebied wordt 30 % in dagbouw, 45 % in schachtbouw en 25 % in den voor de Poolsche ijzererts winning zoo karakteristieken ,,Duckel"bouw gewonnen. De laatste vorm van ontginning wordt gebruikt bij op geringe diepte voorkomende ertsen, waarbij kleine schachten van 10 tot hoogstens 25 m diepte worden gegraven. Onder den grond staan deze schachtjes of „Duckeln" in de ertslagen door nauwe gangen met elkaar in verbinding. Van deze verbindingsgangen strekken zich 15-20 m lange zijgangen in de ertslagen uit. Het gewonnen erts wordt door deze gangen met handkracht naar de schachten geduwd, in houten kuipen geladen en met behulp van een windas omhoog geheschen. De dagelijksche productie van een schacht bedraagt op deze wijze ongeveer 5 ton. De schachten staan op afstanden van 30-50 m van elkaar; haar levensduur is zeer beperkt en bedraagt slechts enkele maanden. Per schacht zijn 10-15 arbeiders werkzaam. Uiteraard kan deze primitieve vorm van mijnbouw zonder noemenswaardige investeeringen verricht worden.

(Glückauf, 1941, No. 11)