is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan foto 4 toont, hoe landschappen als dat van foto 3 bedorven kunnen worden. Intusschen mogen wij geen chauvinisten worden bij ons streven naar dit behoud. Wij moeten zelfs hopen, met het oog op onze groeiende bevolking, dat in onze provincie nog veel meer dergelijke omzettingen van weiland- of akkerlandgebieden in den een of anderen vorm van een meer intensief bedrijf zullen worden tot stand gebracht. Ook is het momenteel noodig voor onze voedselvoorziening; zoo worden dit jaar ca. 150 ha grasland gescheurd in de zes eigenlijke Westland-gemeenten en in Loosduinen en dit wordt grootendeels tuingrond. Als wij bij deze gebeurtenissen onze oogen maar niet sluiten voor het feit dat het zeer industrieele, nuchtere, zuiver zakelijke kasbedrijf leidt tot een verdorring en verwording, om niet te zeggen vernieling, van de aantrekkelijkheden van het fraaie boerderijenlandschap dat vroeger aanwezig was, zal nog allerlei in goede banen kunnen worden geleid. Op de uitdrukking „geleid" zij echter de nadruk gelegd, want als men de tuinbouwers zonder meer hun gang laat gaan, zal in de kaswoestijn geen enkel stuk natuur gespaard worden. Zoo ging b.v. kort voor den vorigen wereldoorlog het Prinsenbosch verloren, een hakhoutcomplex met verspreide hoogere boomen, dat zich nog lang staande hield midden tusschen Naaldwijk en Monster, en op stafkaarten van omstreeks 1905 nog aangegeven staat. Er moet een vanuit een centraal punt gedirigeerde ontwikkeling komen.

De foto's 4, 5 en 6 toonen nogmaals treffend hoe leelijk het land wordt en dat er dus een groot verlies aan geestelijke goederen te boeken valt. Wij mogen niet vergeten, ook al zouden zij zelve zulks doen, dat de menschen, die een streek bewonen, zich daarin prettig en gelukkig moeten voelen. Wanneer over het volledige oppervlak kassen met bijbehoorende schoorsteenen verrijzen 2), komt het oogenblik, dat hun levensblijheid en hun cultuur geschaad worden door de leelijkheid van hun omgeving. Het is een proces, dat zich ongemerkt voltrekt. Tenslotte gaat het landseigene geheel en al verloren en vormen de nog van het oorspronkelijke landschap overgebleven weilanden in het industrielandschap door hun zeldzaamheid een zeer opvallend element. Zoo'n weilandcomplex ligt nog tusschen 's-Gravenzande en Naaldwijk, en draagt den zeer toepasselijken naam van „het oude land". Voor zoover de tuinders, arbeiders en anderen die in het Westland wonen, zich bewust worden van het gemis van alles wat aantrekkelijkheid aan het landschap geeft, zoeken zij avond- of weekeind-verstrooiing aan het strand en in de duinen en bosschen die nog overbleven. Intusschen kan zulke verpoozing nooit in de plaats treden van de voordurende goede werking die een mooi landschap, dat ons eigen huis en ons dagelijksch bestaan omringt, op ons zal uitoefenen. Als zich in de toekomst nog eens ergens een nieuw Westland ontwikkelt — wat het geval zou kunnen zijn in Midden-Delfland, d.w.z. binnen den veelhoek Delft, Ketel, Vlaardingen, Maassluis, De Lier en Wateringen, en wat ook denkbaar is langs den Ouden Rijn in de provincie Utrecht — dient

2) Er zijn gebieden, als bij Dekkershoekje ten Z van Loosduinen, en bij Poeldijk, waar in de kassenzee geen boom of struik meer overgebleven is.