is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

567

van enkele km breedte moest heen werken. Wel tracht Bakker zijn interpretatie aannemelijk te maken door een (oude) breukzone, die de erosie (en m.i. ook de denudatie) in dat massief sterk begunstigd zou hebben. Maar zelfs een totaal versplinterde kristallijne rots biedt meer weerstand aan erosie dan de zachte Lias-mergels, terwijl het „roovertje" natuurlijk véél waterarmer was dan het veronderstelde slachtoffer. Bovendien leidt sterke versplintering in een breukzone licht tot wegsijpelen van het water, dat dan ondergronds de breukzone volgt en daar nauwelijks erodeert.

Ik concludeer dus tot de onmogelijkheid van deze interpretatie. De. Ternin is in haar geheel door de tectonische afdamming ontstaan en volgde onmiddellijk ten Z van Chissey direct haar tegenwoordige dal. De consequentie is dat hier de oude waterscheidingen toen lager moeten hebben gelegen dan verder oostelijk: wij mogen de Montagne de Bar (555 m) a's een getuige van deze oude hoogere waterscheiding beschouwen.

De door Bakker als daltorso's van zijn ZO-gerichte hydrografie beschouwde zadels zijn te ondiep, te onscherp begrensd en soms ook veel te breed om door erosie verklaard te behoeven te worden. De pas 500 (tuschen Villiers en Bar) ziet er nog het meest als een daltorso uit: deze kan door een zijbeek van de Ternin zijn gevormd en drooggelegd zijn door onthoofding door de Trévoux. Deze laatste profiteerde nl. van de boven vermelde optimale omstandigheden voor terugschrijdende erosie. Dit proces kan hier gedurende het grootste deel van het Plioceen en het geheele Quartair onafgebroken gewerkt hebben en dan voor de vorming van het geheele Trévouxdal verantwoordelijk gesteld worden.

Wij zijn hiermee wel erg ver van het blokdiagram gekomen. Daar het bovenstaande voldoende inzicht in de evolutie van een typisch fragment van het reliëf biedt en tevens een indruk van mijn werkmethode geeft, ga ik thans over tot een beschouwing in grooter verband. Dit is noodzakelijk omdat de evolutie van het eene rivierdal die van het andere kan beïnvloeden. Bij deze beschouwing zal steeds van de boven vermelde wetten en ervaringen gebruik gemaakt worden.

Om den ingewikkelden samenhang der zeer uiteenloopende reacties van de beken op de breuktectoniek eenigszins begrijpelijk te maken, begin ik nu met een korte samenvatting van de evolutie, die direct gevolgd wordt door een verduidelijking van de zich voordoende nieuwe gezichtspunten.

III. DE MORFOLOGISCHE EN TECTONISCHE EVOLUTIE VAN DEN

MORVAN

Korte samenvatting, tevens verklaring der kaarten

Kaart 1 is een synthese van de resultaten van mijn onderzoek. Deze kaart toont in de eerste plaats een reconstructie van de essen-