is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stadium E. In den loop van den door deze fase ingeluiden erosiecyclus ging de verticale erosie over in zijdelingsche: de E -dalbodems worden gevormd (Eerste terrassengeneratie).

Men zal opgemerkt hebben dat ik D heb verdonkeremaand. Onder deze letter zijn alle structuurvlakken vereenigd, voor zoover ze na stadium C zijn blootgelegd. Aangezien de verwijdering van de sedimenten begonnen kan zijn zoodra ze boven de plaatselijke erosiebasis kwamen te liggen, en tot heden kan zijn doorgegaan, is er geen bepaald stadium D te onderscheiden. Het is mogelijk — maar niet waarschijnlijk — dat vóór E sommige van die structuurvlakken reeds waren blootgelegd, zoodat D als ken-letter moest gekozen worden.

Wij hebben hiermee alle praetectonische reliëfelementen gehad: er was een betrekkelijk eenvoudig reliëf gevormd, hetwelk in kaart i is weergegeven. Het voor deze reconstructie gekozen tijdstip valt op het moment dat de Morvan opnieuw een fel bewogen, revolutionnaire periode, de tectonische fase F, inging:

Deze revolutie bestond uit snelle differentieele opheffing, waardoor de Morvan tot een schollenlandschap verbrokkelde. Deze schollen worden verder aangeduid met de op kaart 2 staande (grootste) nummers 1-25. De begrenzing der schollen wordt gevormd door de „jonge breuken" (F), terwijl de relatieve verplaatsing der schollen is aangegeven door „index-getallen" en „tectonische hoogtelijnen" (G) (zie hierbeneden in de paragraaf „Toelichting").

In kaart 1 zijn nog afzonderlijk aangegeven: door een zwaardere lijn de jonge breuken die zich door een breuktrap verraden (F') en door een - - lijn dezulke, wier verloop niet kan worden bepaald (F"). Dit wil niet zeggen dat voor F en F' steeds een nauwkeurige plaatsbepaling mogelijk is, doch wel dat het voor die breuken aangegeven tracé een redelijke benadering biedt, voor zoover dat op morfologische gronden mogelijk is. Deze „jonge breuken" zijn slechts aangegeven waar differentieele beweging kon worden aangetoond; breukjes met een verplaatsing beneden de 20 m vallen doorgaans buiten deze categorie en kunnen zich aan de waarneming onttrekken. Van mechanisch standpunt beschouwd mag men het bestaan van zulke kleine breukjes wellicht afleiden uit den wonderlijken vorm van sommige door mij onderscheiden schollen: de schollen 20 en 22 kunnen elk wel uit twee stukken bestaan.

Als reactie op deze tectonische fase (jonge breuken) F en op de latere algemeene welvingen, of dalingen van het zeeniveau, zijn alle terrassen en rivierdalen ontstaan die jonger zijn dan F, en die hieronder worden opgesomd. Deze reacties maken het speciale onderwerp van dit artikel uit. Ter onderscheiding van de praetectonische reliëfelementen is de hoogte van deze posttectonische elementen op kaart x aangegeven in maters boven het tegenwoordige zeeniveau (getallen van drie cijfers). Het weglaten van deze elementen op kaart 1 — waardoor deze het karakter van een zuivere reconstructie van den