is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Billwiller heeft het bedoelde verschijnsel willen verklaren met de, volgens de theory van Saigey, opheffing der vlakken van gelijken luchtdruk boven het aansluitende Bergell-dal als gevolg van de verwarming door den bodem en de wanden van dit dal. Hoewel dit Saigey-effect voor dit geval — en in het algemeen voor het geval van een hoogvlakte, die als in fig. 5 met een steile helling overgaat in een diep en breed rivierdal of een veel lager gelegen vlakte — van iets meer beteekenis kan worden geacht dan voor het boven beschouwde geval van den hellingwand, is het toch voor de verklaring der optredende luchtstroomingen niet voldoende, en zelfs te verwaarloozen. Volgens deze theorie zou als de lucht beneden AB zich door verwarming uitzet, de luchtlaag die oorspronkelijk op gelijke hoogte met de hoogvlakte lag, daar iets bovenuit rijzen, aan welke opheffing alle hoogere lagen zullen deelnemen. Men zou dan een vorm van de vlakken van gelijken luchtdruk boven de hoog- en de laagvlakte krijgen als in fig. 5 door ABCDE en A'B'C'D'E ' is aangegeven, waardoor een

J H. M. van Dijk

Fig. 5. Het Saigey-effect bij aanmerkelijk hoogteverschil tusschen een laag gelegen dal of vlakte en een hoogvlakte

luchtdrukgradiënt zou ontstaan die in alle niveau's gelijk is, wanneer wordt afgezien van verwarming der hoogere luchtlagen en de vereffening der drukverschillen in de vrije atmosfeer boven de bergkammen; door dezen luchtdrukgradiënt zou dus een afstrooming van lucht naar de hoogvlakte ontstaan.

Dat dit effect niet voldoende is om de waargenomen verschijnselen—• b.v. den Maloja-wind — te verklaren, heeft verschillende oorzaken. In de eerste plaats beschouwt men bij het Saigey-effect slechts een evenwichtsverstoring als gevolg van de verwarming van de lucht in het diepe dal, dus geen temperatuurverschillen in eenzelfde horizontale vlak. Die evenwichtsverstoring veroorzaakt evenwel geen circulatie-proces, maar slechts een wegstrooming der overtollige lucht; om deze wegstrooming gaande te houden zou de lucht boven het diepe dal zich steeds verder moeten uitzetten en bijgevolg zal het proces eindigen als de gemiddelde temperatuur van deze lucht haar maximum