is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de eerste plaats blijkt uit dezen staat dat Europa en Amerika in 1840 reeds een aanzienlijk spoorwegnet bezaten. De oudste spoorweg van Europa, tevens de oudste der wereld, was die van Stockton naar Darlington, de bekende door Stephenson aangelegde lijn, welke op 27 September 1825 werd geopend. Vier jaar later, op 28 December 1829 werd in Amerika als eerste spoorweg de lijn Baltimore-Ellicotsmill geopend. De andere drie werelddeelen volgden, zooals de staat laat zien, pas 3 decennia later, en wel Azië op 18 April 1853 met den spoorweg Bombay-Thana, Australië op 18 Mei 1854 met den spoorweg Goolwa-Port Elliot en Afrika in Januari 1856 met de 211 km lange lijn Alexandrië-Kaïro, welke de oudste spoorlijntjes der andere werelddeelen ver in lengte overtrof.

Uit de laatste twee kolommen van den staat blijkt voorts, dat de vijf decennia van 1870-1920 den bloeitijd der spoorwegen omvatten; elke periode van 10 jaar bracht een uitbreiding van het spoorwegnet van meer dan 160000 km. Een hoogtepunt bereikte de spoorwegaanleg in de jaren 1880-1890 en 1900-1910, waarin de spoorweglengte met bijna % millioen km toenam. In deze 20 jaren (x/5 deel van het spoorwegtijdperk) kwam dus ongeveer 2/5 van het tegenwoordige spoorwegnet (1,3 millioen km) tot stand. In het eerste van beide tienjarige tijdvakken ligt het topjaar 1887, waarin 35000 km spoorweg werd aangelegd.

Na 1920 nam de toeneming van het net belangrijk af. Toch worden ook heden ten dage nog zooveel nieuwe spoorwegen aangelegd (b.v. in Turkije, Iran en Rusland) dat, ondanks de sedert 193° in verschillende landen (b.v. V. S. van Amerika, Frankrijk en Nederland) plaats hebbende sluiting van verliesgevende lijnen, de totale lengte van het wereldnet nog toeneemt.

Is dus de snelheid waarmede het wereldspoorwegnet in lengte toeneemt belangrijk minder geworden, daartegenover staat, dat de capaciteit van het net in de laatste jaren door tal van technische verbeteringen aanzienlijk is gestegen. Men denke aan de steeds verder gaande uitbreiding der electrificatie (Italië 40 %, Zweden 46 %, Zwitserland 50 % van het net en sedert 1938 ook Nederland met 15 % van het net), voorts aan de invoering der diesel tractie. Beide maakten het mogelijk grootere quanta te vervoeren en de rijsnelheid belangrijk te verhoogen. De perfectionneering van het seinwezen maakte verder een snellere treinopvolging mogelijk, terwijl door de invoering der doorgaande rem en den bouw van steviger materieel ook de snelheden der stoomtreinen konden worden opgevoerd.

Wat de verdeeling der spoorwegen over de werelddeelen betreft zij vermeld dat Amerika bijna de helft, Europa bijna 1/3 en Amerika en Europa te zamen dus 4/5 van alle spoorwegen bezitten. Gaat men de dichtheid van het spoorwegnet naar de oppervlakte of naar het aantal inwoners na, dan blijkt dat Europa de meeste kilometers spoorweg per 100 km2 heeft (3,6 km per 100 km2) en dat het dunbevolkte Australië de meeste km spoorweg per 10 000 inwoners bezit (nl. 45 km per 10000 inwoners). Evenals de cijfers der totale lengte per werelddeel