is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar niet anders dan een bos hout, waarmee hij zich tot haar echtgenoot verklaart. Het echtpaar eet samen uit één mandje, en de man vervult dadelijk zijn plicht als echtgenoot.

In de hoofdplaats Galoempang heeft de zaak iets omslachtiger plaats. De bruigom wordt door enkele familieleden naar de bruid gebracht (laoe kebaine „gaan trouwen"). Men heeft niets bij zich. De leider van het gezelschap kondigt eenvoudig aan: „Wij komen trouwen" (kami kebaine). Alleen sirih-pinang wordt uitgewisseld. Daarna gaan allen, ook de bruidegom, terug. Den volgenden dag zendt de bruid eten aan haar bruigom, en dit doet ze drie dagen achtereen. Op zijn beurt bezorgt de bruigom gedurende die dagen brandhout en palmwijn bij zijn bruid, en geeft haar wat kleeren. Na afloop van dezen tijd trekt hij zonder meer bij haar in en blijft er wonen.

Ook in Lemo gaat het op dezelfde wijze toe: zonder eenige plechtigheid gaat de jongeman, vergezeld van een paar vrienden naar het huis van het meisje; hij heeft niets anders bij zich dan een stuk brandhout, dat hij op den haard neerlegt. Kr wordt een kleine maaltijd aangericht, waarvoor een hoen wordt geslacht, en het jonge paar eet dan gezamenlijk uit een mandje.

Ook in Seko zien wij hetzelfde. Een ouder familielid brengt den jongeman naar het meisje, en deelt mede dat hij N.N. brengt om met de dochter des huizes te trouwen; een hoen wordt geslacht, waarvan een huiselijke maaltijd wordt aangericht. Het jonge paar krijgt een mandje met rijst vóór zich, waarin een ei overeind staat, en de vader van de bruid zegt: „Dit is het teeken dat gij gehuwd zijt; eet dit met zegen, en ge zult spoedig tot velen worden". Dit heet siparape. De man blijft daar verder als echtgenoot achter. Alleen in geval een tobara' trouwt, wordt de bruid naar zijn huis gebracht; de bruid giet water over de hand van den bruidegom, en dan eten ze samen uit een mandje rijst en ei.

38. Het huwelijksfeest

Onbepaalden tijd na de voorloopige huwelijksvoltrekking heeft het eigenlijke huwelijksfeest plaats. Sommigen gaven een tijd op van 10 dagen tot 2 maanden; anderen spraken van 3 maanden tot één jaar. Bij de To Mangki heet dit feest ma'koering „van een kookpot voorden", of soemomba „den bruidschat (somba) overbrengen". Dit huwelijksfeest kan zoowel in het huis van de ouders van den man als in dat van de vrouw plaats hebben; dit hangt voor een deel af van de welgesteldheid der partijen. Soms heeft het in beide huizen plaats; in iit geval worden de spijzen tusschen de beide woningen heen en weer jezonden. Wordt het feest in de woning van de vrouw gevierd, dan blijft de bruid daar, en komt de man bij haar inwonen; gebeurt het bij len man, dan trekt de vrouw bij hem in.

Bij deze gelegenheid wordt een buffel, een varken of een hond gedacht. Dit wordt door den tobara' gedaan, die het jonge paar met het )l°ed van het dier op het voorhoofd strijkt. Hij legt een offer voor de feesten op een schaal neer boven aan de trap naar het Oosten en roept