is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onzekerheid gehuld land dat op een eiland in de zee zuidoostelijk van Canton stellig tot den Archipel behoort en P'o-li genoemd wordt, eerst ter noordkust van Sumatra geplaatst, later als Bali geïdentificeerd, hoewel enkele der medegedeelde bijzonderheden op geen van beide eilanden passen."

Er waren op P'o-li 136 dorpen, het klimaat was warm, de plantengroei weelderig, rijst werd er tweemaal 's jaars geoogst. Het was een geciviliseerd land; de menschen gebruikten katoen voor hun kleeren, de koning een weefsel van gebloemde zijde, hij was getooid met een tiara van goud en en edelsteenen, zijn kroon was van goud en zijn zwaard met goud ingelegd. Zijn dienaressen bewuifden hem met waaiers van paauwenveeren en witte veeren. Hij reed op een wagen door een olifant getrokken. De Leang chu (502-556) vertellen dat 's konings familienaam was Kaundinya (dezelfde als van den Brahmaan die Fu-nan = Kambodja stichtte) en dat de gemalin van (Juddhodana een vrouw was uit het land; uit welk verhaal volgens Prof. Krom en Prof. Majumdar blijkt dat het vorstengeslacht van P'o-li uit Indië afkomstig was en het Boeddhisme beleed. In 518 bracht een gezantschap den gebruikelijken Boeddhistischen brief en in 523 zond koning Pin-ka door bemiddeling van den gezant Chu-pa-ti 26) witte papegaaien 27), glazen voorwerpen, katoen, schelpkommen, reukwerk en medicijn. De Sui-annalen (589-618) vermelden nog dat 's konings familienaam toen was Ch'a-li-ya-ka en zijn eigennaam Hulan-na-po, terwijl de ambtenaren tu-ka-ya-na en die van lageren rang tu-ka-si-na heetten28). De zee bracht koraal voort. De ambassades hielden na het jaar 630 op aan het Chineesche Hof te verschijnen.

De afmetingen werden in deze Sui-annalen nog vergroot opgegeven; zij zeggen volgens Pelliot (Deux Itinéraires) : ,,En partant de Kiaotche (Tonkin) on va au sud et on passé par Ie Tché-t'ou (Siam) et le Tan-tan; pour traverser le P'o-li d'est a 1'ouest il faut 4 mois et du

26) Is dit Pin-ka niet het later correcter geschreven P'eng-ka of P'eng-kia = Bangka en wordt hier dus niet koning Pin-ka (eigennaam) bedoeld maar de koning van (het land) Pin-ka, dus van Bangka? Chu-pa-ti is naar mij wil voorkomen (Da)toek Patih.

27) In 813 ging een gezantschap van Ho-ling naar China en bood het Chineesche Hof o.m. Pinkia-vogels aan. Waren deze Pin'kia—vogels geen papegaaien van Bangka = P'eng-kia, zooals hier gezegd wordt? (In T oun.g Pao, vol. XVI—1915 zoekt B. Laufer verband tusschen dit Pin-kia en het Sanskrit Kalavirika, „the Indian cuckoo"). — Volgens de Encyclopaedie van N.I. komen papegaaien op Banka veelvuldig voor. Dr. C. Parrot schrijft in: Beitrage zur Ornithologie Sumatra's und der Insel Banka, dat de Bangka-vogels sterker uitgegroeid zijn dan dezelfde op Sumatra, Malaka en Java, terwijl J. Hendrik van Balen in: De Dierenwereld van Insulinde in Woord en Beeld, zegt dat de langstaart-Alexanderparkiet (Palacorins longicauda), die ook op Bangka voorkomt, een zeer schrandere vogel is, bekend om zijn begaafdheid om te leeren praten en allerlei kunststukjes te verrichten.

28) Waren dit geen (Da)toek Rangkaja of (Da)toek Karadjaan en (Da)toek kalima? De steeninscriptie van Kota Kapoer aan de Mendoek-rivier op Bangka stelt dit echt Maleisch-Minangkabausch bestuur door Datoeks op het eiland vast. Toen was Bangka een kadatoean van Qrïvijaya geworden en waren het datoeks van dit rijk. Hier waren het ambtenaren van den koning van Bangka.