is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat er weinig vaste lijn in de volgorde te bespeuren valt, waartoe ongetwijfeld de eischen der versmaat hebben medegewerkt, maar wat toch -ook ten deele een gevolg kan zijn geweest van beperkte geografische kennis bij den dichter, voor wien die eilanden en landschappen wellicht niet veel meer dan namen geweest zullen zijn" 4).

Het lijkt mij zeer verkeerd van de vooropgezette gedachte uit te gaan, dat de dichter geografisch niet voldoende op de hoogte zou zijn geweest. Niemand kan dat met zekerheid zeggen. Naar mijn gevoelen zal hij zich bij gebrek aan eigen kennis zeker door deskundigen hebben later voorlichten. Wellicht heeft hij zelfs de beschikking gehad over Inlandsch kaartenmateriaal. Als men ziet hoe Dr. Kuperus, enkel met de plaatselijke kennis door hem opgedaan als gevolg van zijn studiereis naar West-Soembawa, de vernuftig uitgedachte conclusies van Rouffaer omver gooit, dan zou het mij niet verwonderen indien in de toekomst verschillende zeer twijfelachtige identificaties op dezelfde wijze, dus door plaatselijk goed georienteerden, zullen worden opgehelderd.

I)at er weinig vaste lijn in de volgorde van de opsomming der eilanden- en plaatsnamen zou zijn te bespeuren, kan ik niet beamen. Het tegendeel is waar. De dichter werkt eerst Sumatra af van Zuid via Midden naar Noord, waarna hij op de Lampongs terugkomt. Vervolgens wordt Borneo met nevenliggende eilanden afgewerkt, rondgaande van Zuid, langs West, Noordwest, Noord en tenslotte Zuidoost en Oost. Daarna komt het schiereiland Malaka aan de beurt. Nadat aldus het Westen van den Archipel is afgehandeld, vangt hij aan met de Onderhoorigheden in de oostelijke helft. Eerst de westelijke Kleine Soenda eilanden: Bali, Noesa Pënida, Soembawa en daarna Lombok. Van dit laatste eiland springt hij over op Celebes met omliggende eilanden. Na nog even de eilanden tusschen Celebes en de westelijke Kleine Soenda eilanden te hebben opgenoemd, verplaatst hij zich naar de oostelijke Kleine Soenda eilanden, steekt daarna over naar de zuidelijke Molukken, noem; vervolgens de noordelijke, de eigenlijke Molukken, WestNieuw-Gumee en Ceram en eindigt met het eiland Timor en vele bijbehoorende eilandjes.

Men ziet de volgorde is zeer logisch; er zit wel degelijk lijn in. Irouwens ook Dr. Kuperus en Dr. Coolhaas hebben dit duidelijk aangevoeld door de onderhoorigheid „^eran" in de westelijke Kleine Soenda eilanden te zoeken. Dat binnen de verschillende aardrijkskundige groepen eenige onregelmatigheden in de volgorde te bespeuren vallen, mag men terecht aan de eischen der versmaat toeschrijven. Maar ook afgescheiden daarvan mag men den dichter wel eenige vrijheid veroorloven.

4) Zie de aanteekeningen van Prof. Krom in de door hem verzorgde heruitgaaf der Nagarakrtagama, 1919, pag. 261.