is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen met het Hoofd van den Opname-dienst bij den Topografischen Dienst, den heer C. A. J. von Frijtag Drabbe, door wiens vriendelijke bemiddeling hij inzage kreeg van luchtfoto's van duinlandschappen langs de Nederlandsche kust. Door de zeer gewaardeerde toestemming van het Hoofd van den Topografischen Dienst, den heer A. van Hengel, werd schrijver dezes in de gelegenheid gesteld om deze luchtfoto's onder een stereoscoop te bestudeeren en er de noodige aantekeningen en schetsen van te vervaardigen. Ook de bij dit artikel gevoegde luchtfoto-kaart en de anaglyf van duinvormen konden gereproduceerd worden met de zeer gewaardeerde toestemming van genoemd Hoofd van den Topografischen Dienst, wien schrijver hiervoor en voor de genoten gastvrijheid in het gebouw van den Topografischen Dienst, bij dezen gaarne zijn eerbiedigen dank betuigt, evenals den heer Von Frijtag Drabbe, die hem steeds met de meeste welwillendheid goeden raad en krachtige hulp deed geworden.

II. Inleiding. Er is over de vormen van duinen in het algemeen en over de wordingsgeschiedenis van onze Nederlandsche duinkust in het bijzonder al heel wat geschreven. Vooral de laatste jaren zijn er verscheidene belangrijke bijdragen verschenen, die min of meer direkt betrekking hebben op de Nederlandsche kust; de lezer kan de titels van deze publicaties vinden in de litteratuurlijst. Hoewel verscheidene vraagstukken nog op een oplossing wachten, zijn wij thans over de voornaamste processen, die zich daar hebben afgespeeld en zich nóg afspelen, in groote trekken tamelijk goed ingelicht. Alleen één vraagstuk is tot dusverre erg stiefmoederlijk behandeld en dat is de vraag naar de vormen, de rangschikking en de onderlinge samenhang van onze jonge zeeduinen; een vraagstuk, waarbij wij ons op morfologisch terrein dienen te begeven. Het onderzoek van den morfologischen bouw en naar het ontstaan van de oppervlakte-vormen van ons duinlandschap als geheel is een nog bijna braakliggend arbeidsveld. Wél zijn van sommige gedeelten van onze duinen reeds vormbeschrijvingen en vormverklaringen gegeven, en daarbij denken wij in de eerste plaats aan het veel omvattende werk van dr. J. W. van Dieren over de duinen van Terschelling. Voorts willen wij nog noemen een artikel van K. Braak over het Schoorlsche duinlandschap.

Wanneer wij nu eens trachten na te gaan, wat toch wel de oorzaak zou kunnen zijn, dat de vormen van onze duinen en hun onderlinge samenhang zoo weinig onderzocht zijn, terwijl toch de duinen juist door hun markante vormen zoozeer tot den mensch spreken, dan zijn wij geneigd als een van de voornaamste oorzaken hiervan te beschouwen de omstandigheid, dat men zoo buitengewoon moeilijk een landschaps-overzicht over een grooter duincomplex kan verkrijgen. Wèl kunnen wij op vele plaatsen in de duinen van een hoogen top een prachtig rondzicht genieten, waarbij in den regel de plantengroei te laag of te schaarsch is om ons uitzicht ernstig te belemmeren, maar toch reikt onze blik meestal niet veel verder dan de nabijzijnde hooge duinrijen, die zich op slechts enkele honderden meters van ons af