is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden: hieruit blijkt, dat het jonge zeezand wel degelijk als een nieuw element wordt beschouwd en niet zonder meer gelijk gesteld mag worden met de opnieuw door de zee veroverde basis van het oude duinlandschap. Tenslotte kan — ook op grond van een iets verschillende mineralogische samenstelling — een onderscheid gemaakt worden itusschen de jonge zee- en duinzanden eenerzijds en de zanden van de oude duinen en strandwallenstrooken anderzijds. Ter verduidelijking van de boven geschetste ontwikkeling van onze Nederlandsche westkust dient een viertal blokdiagrammen, dat — voorzien van verklarende legenda — geen nadere bespreking behoeft (fig. 7—10) 1).

Het lijkt ons intusschen niet ondienstig nu even de beschreven opeenvolgende landschapstypen en bijbehoorende vormingen te vergelijken met die, welke in de publicatie van Tesch worden genoemd, opdat de lezer zal begrijpen, wat wij in onze beschrijvingen bedoeld hebben. De bij ons beschreven oude waddenzoom ontleent zijn naam aan die, welke Tesch aan deze formatie heeft gegeven: „oud-holoceene waddenzoom". Op de geologische kaart staan deze vormingen (alleen in de profielen) aangegeven met „Oud-Holoceen (I oz)" „Het landschap van duinendragende strandwallenstrooken met er tusschen ingesloten vochtige oude strandvlakten, het geheel zeewaarts van de dichtgroeidende lagune gelegen", noemt Tesch: „het Oude Duinlandschap". De grondsoorten, waaruit dit was opgebouwd, komen nu nog op verscheidene plaatsen aan de oppervlakte en zijn dan ook op de geologische kaart aangegeven. Het zand van de banken en platen, de strandvlakte ervoor en van de strandwallen erop, dat op den waddenzoom kwam te liggen, heet bij Tesch: „Oud Zeezand, strandzand van den oorspronkelijken schoorwal. (I iz)" De overige, hier besproken vormingen zal de lezer uit de legenda op de geologische kaarten gemakkelijk zelf kunnen herkennen, zoodat wij hiermee kunnen volstaan.

Voordat wij nu overgaan tot de beschrijving en de verklaring van de in het jonge duinlandschap — tenminste in het gedeelte tusschen Kijkduin en het Wasscnaarsche slag — heden ten dage voorkomende oppervlakte-vormen, willen wij liever eerst eens nagaan, welke vormen er alzoo bij kustduinen in het algemeen plegen voor te komen. Met kustduinen bedoelen wij een duinlandschap, dat ontstaan is langs de zeekust en wel in tegenstelling met landduinen: een duinlandschap, ontstaan op plaatsen in het binnenland, geheel buiten de invloedssfeer van de zeekust. Wij moeten ons dus allereerst afvragen op welke wijze kustduinen, onder eendere omstandigheden als de Haagsche duinen, kunnen ontstaan en groeien, en wat er voorts allemaal mee kan gebeuren. Daarna zullen wij de oppervlakte-vormen van het Haagsche duinlandschap bespreken en tegelijk deze vergelijken met en toetsen aan de uitkomsten van ons onderzoek naar de ontwikkelings-

i) In de figuren 7 tot en met 10 zijn de hoogten duidelijkheidshalve sterk overdreven voorgesteld.

K. N. A. G., LVl