is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zandverwaaiing tegen te gaan. Jammer, dat op de plekken, waar inderdaad het zand wordt weggeblazen, de helm met goed gedijt. Op andere met helm beplante plekken verhoogt deze met zijn afgestorven onderaardsche deelen de vruchtbaarheid van het duinzand en bereidt de vervanging door humusvormende plantengezelschappen voor. Deze laatste kunnen door humus- en ijzerhuidjesvormmg de vatbaarheid voor verwaaiing van het duinzand aanmerkelijk verminderen. Beplanting met houtgewassen vindt sporadisch eveneens plaats. Wij denken daarbij aan de dennen- en sparrenaanplant o.a. in het Koningsbosch, dichtbij het pompstation der Haagsche duinwaterleiding en aan de bosschen van Duinrell. Wellicht zijn er nog meer gewassen doelbewust door den mensch uitgezet, maar daarover kan een plantkundige ons beter inlichten.

BELANGRIJKSTE GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Aufrère, L„ Le cycle morphologique des dunes (Ann de Géogr. XL 1931)Baak, J. A., Regional petrology of the southern North Sea (Proefschrift

Wageningen 1936). ,, ,

Braak K Morphologie der Schoorlsche duinen (Dit tijdschrift, 1919, blz. 667). Brandhorst, A. L. en Nell, Ch. A. C., Het Mevendel-onderzoek, meteorologie 1

(De Levende Natuur, 1927). ... li j

Braun G., Entwicklungsgeschichtliche Studiën an europaischen Flachlands

küsten und ihren Dünen (Inst. F. Meereskunde, Heft 15, 1911).

Briquet, A., Les dunes littorales (Ann. de Géogr. XXXII 1923).

Van Dieren, T. W., Organogene Diinenbildung (Proefschrift Amsterdam, 1934)Harlé, E. et' J. Mémoire sur les dunes de Gascogne (Bul. Soc. de Géogr. Paris,

Klein^'w! C„ Geologie van 's-Gravenhage en Omgeving (in: Wandeltochten in

en om's-Gravenhage, 1933).

Lefèvre, M. A., Morphologie éolienne littorale entre Nieuport et la frontiere

frangaise (Buil. Soc. beige d'Etudes géographiques, 1931).

Obbes, J. F„ Kaart van Meijendel, 1926. .

Schuiling, R., Nederland. Handboek der Aardrijkskunde (Hoofdstuk I Geologie,

speciaal: Alluvium, 1934)- . , ...

Van der Sleen, W. G. N., Bijdrage tot de kennis der chemische samenstelling van het duinwater in verband met de geo-mineralogische gesteldheid van den bodem (Proefschrift Amsterdam, 1912).

Solger, F. u.a., Dünenbuch, 1910.

Tesch, P„ Duinstudies (Dit tijdschrift div. afl. tusschen 1920 en 1930).

f De Geschiedenis van de Noordzee (Haagsch Maandblad, Juli 1924)*

! De vorming van de Nederlandsche duinkust (Uitg. Ned. Nat.-Hist. Ver.

, De jongste onderzoekingen in het Nauw van Calais en langs de Nederlandsche kust (Dit tijdschrift, 1937, blz. 364).

Timmermans, P. D., Proeven over den invloed van golven op een strand

(Proefschrift Leiden, 1935).

Tinbergen, N., Meyendel-onderzoek, stuifduinen (De Levende Natuur, 1927;. Van Veen, Joh., Onderzoekingen in de Hoofden in verband met de gesteldheid der Nederlandsche kust (Alg. Landsdrukkerij, 's-Gravenhage, 1936).

. Korte beschrijving der uitkomsten van onderzoekingen in de Hoofden en

langs de Nederlandsche kust (Dit tijdschrift, 1937, blz. 155)-