is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na de indijking wordt de grond zeer goed ontwaterd, zoodat het regenoverschot van ongeveer 300 mm per jaar vrijwel geheel dóór den grond naar de drains en greppels afgevoerd wordt. En daar de grond dan ook niet meer met zeewater doorzegen wordt, daalt het zoutgehalte zeer snel. Drie jaar na de indijking waren de bovenste 40 cm van den grond al practisch zoutvrij; acht jaar na de indijking de bovenste meter. Uit deze cijfers blijkt duidelijk, dat het Nederlandsche klimaat zoo humied is, dat de stoffen, die werkelijk opgelost zijn in het bodemwater, zeer snel uitspoelen.

Merkwaardig is, dat de daling van het zoutgehalte in den dieperen ondergrond daarna zeer langzaam gaat; nog na 100 jaar wordt beneden iJ/2 m diepte zeer merkbaar zout aangetroffen en na 200 jaar nog beneden 2 m. Dit beteekent, dat de diepe ondergrond door zeer weinig regenwater doorstroomd wordt; een punt, waarop later nog zal worden teruggekomen.

Behalve een uitspoeling van het keukenzout vindt ook betrekkelijk snel een uitlooging van de koolzure kalk en magnesia plaats, waarop reeds door van Bemmelen gewezen is (Koolzure kalk en magnesia zijn hierna steeds, zooals gebruikelijk is, met den naam van het hoofdbestanddeel koolzure kalk aangeduid). Zooals bekend, is koolzure kalk in zuiver water slecht oplosbaar. Het in den bodem circuleerende water bevat echter koolzuur, afkomstig uit de lucht, van de afscheiding der wortels en van de oxydatie van de afgestorven plantenresten. In dit koolzuurhoudend water lost de koolzure kalk langzamerhand op onder vorming van calciumbicarbonaat of dubbelkoolzure kalk, welke stof behoorlijk oplosbaar is; en dit opgeloste calciumbicarbonaat wordt evenals het keukenzout door het wegzakkende water uitgeloogd.

Het vóór de kwelder liggende en dus ook het op de kwelder gedeponeerde slik bevat ongeveer 11 % koolzure kalk. Reeds op de kwelder vindt vermoedelijk eenige uitlooging van koolzure kalk plaats, maar belangrijk is de afneming pas na het indijken, zooals uit de volgende tabel blijkt:

Tab. 2. KOOLZURE KALKGEHALTE IN G PER IOO G DROGE STOF OP VERSCHILLENDE DIEPTEN BIJ TOENEMENDEN OUDERDOM

Ouderdom van den polder in jaren:

Diepte

mem o ,kwel_ g 70 II3 !63 231 268 306 308

(slik) ^er)

bouw-

voor 10.9 9.5 8.7 8.1 7.3 6.0 2.3 0.1 0.0 0.0

30 10.4 9.1 10.4 9.5 8.0 6.5 0.7 0.0 0.0

50 10.9 10.1 10.5 9.2 | 8.6 6.3 4.6 2.1 0.6

70 11. o 11.2 10.4 9.8 9.4 5.7 5.2 3.6 1.1

90 12.2 10.9 10.3 8.7 6.7 4.8 5.2 o(?)