is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tab. 3b. gehalte aan uitwisselbare kalk (eerste cijfer) en

magnesia (tweede cijfer) in milli-aequivalenten per ioo

milli-aequi valenten uitwisselbare basen op verschillende diepten bij toenemenden ouderdom

B°öo7 66/26 86/9 898 86/9 88/8 79/'9 80/17 71/24

,0 | 53/31 84/13 89/9 88/8 90/7 84/15 82/16 72/24

o 1 42/30 78/18 86/12 87/.o 89/8 84/14 81/15 72/25

7o 72/25 83/14 85/11 86/10 85/13 83/15 72/2 5

go 67/27 77/18 | 84/13 84/13 86/13 82/15 71/24

Tab. 3c. zuurgraad (ph) op verschillende diepten bij toenemenden ouderdom

Bouw- _ r _

7-7 7-7 7-8 7 7 7-8 7-« 7-4 5-9

30 8.1 7 7 7-7 7-6 7-7 7-4 7-3 6.8

50 8.3 7-7 7-7 7-7 7-7 7-6 7-6 7-2

70 7.8 7-7 7-6 7-7 7-6 7-6 7-6

90 7-9 7-8 7-7 7-6 7-7 7-7 7-'

In de bouwvoor blijft het totale gehalte en dat van de afzonderlijke uitwisselbare basen gelijk, tot de koolzure kalk en magnesia daaruit practisch verdwenen zijn. Of de uitwisselbare basen worden door het koolzuur niet aangegrepen, zoolang de grond koolzure kalk bevat; öf zij worden steeds weer aangevuld uit de mineralen van den grond' en uit de koolzure kalk en magnesia. Merkwaardig is, da<t na het verdwijnen van de koolzure kalk het gehalte aan uitwisselbare kalk afneemt, maar dat dat aan uitwisselbare magnesia zooveel toeneemt, dat het totale gehalte aan uitwisselbare basen, en dus ook de

zuurgraad, vooreerst gelijk blijft.

Dit proces hangt blijkbaar samen met de samenstelling van de mineralen in den grond. Deze mineralen bevatten weinig kalk en natron, maar wel veel magnesia en kali. In den loop der tijden komen deze magnesia en kali ten deele vrij; de kali wordt door de planten verbruikt en de magnesia houdt den verzadigingsgraad van de kleihumus op peil. Aanvulling van het gehalte aan uitwisselbare basen met de magnesia uit de mineralen is blijkbaar slechts tot zekere hoogte mogelijk. Het gehalte aan uitwisselbare magnesia stijgt niet verder dan tot ongeveer 7 a 10 milli-aequivalent per 100 g klei-humus. En bij de voortgaande uitlooging van de uitwisselbare kalk, die niet aangevuld kan worden, daalt het totale gehalte aan uitwisselbare basen en daarmede de zuurgraad. Dit punt is eigenlijk pas in den oudsten polder bereikt, waar de pH tot 5.9 is gedaald en de klei-humus per 100 g 30 milli-aequivalenten basen bevat.

Ook bij de uitwisselbare basenhuishouding worden bij de onder de bouwvoor gelegen laag dezelfde verschijnselen gevonden als in de boowvoor zelf, maar in vertraagd tempo. Na 380 jaar is de zuurgraad er nog slechts even beneden pH ^ gedaald. Wel heeft ook in deze laag bij de uitwisselbare basen een sterke verschuiving van de onderlinge verhouding tusschen kalk en magnesia plaats gevonden ten gunste van de magnesia. In de diepere lagen is het totale gehalte aan