is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ferentiatie op, dat wil zeggen, het magna splitst zich in fracties, die scheikundig en mineralogisch verschillend zijn. De zwaardere kristallen zinken neer in het lichtere restmagma (zoogenaamde gravitatieve differentiatie) en het door deze zwaardere mineralen verdrongen diepere gedeelte van de smelt stijgt omhoog. In het bovengedeelte van den magmahaard verzamelen zich aldus de lichtere mineralen (zooals leuciet) en de lichtvluchtige bestanddeelen, die in het magma opgelost zijn.

Als gevolg van deze differentiatie levert een groote uitbarsting eerst lichte gesteenten, daarna steeds zwaardere en tenslotte de zwaarste, meest basische produkten uit het diepste gedeelte van den magmahaard. Op de vulkaanhelling wordt dit materiaal in omgekeerde volgorde afgezet en kan daar bestudeerd worden.

Voor een bepaalde groote uitbarsting vertoonen de produkten van den Somma-Vesuvius nu inderdaad zulk een normaal verloopende differentiatie. Voor verder uiteenliggende tijde, dus voor de opeenvolgende perioden van uitbarsting, zijn echter aanmerkelijke veranderingen te constateeren, die niet door normale differentiatie te verklaren zijn.

De oorzaak is gelegen in het feit, dat de magmahaard langzaam maar zeker een groote hoeveelheid van het nevengesteente, de Triasdolomiet, in zich opneemt. Wij vermeldden reeds, dat de uitgeworpen blokken 1 riasdolomiet sterk veranderd zijn door de magmatische gassen, die een heele reeks van fraaie mineralen er in deden ontstaan. Doch ook het magna zelf is veranderd door assimilatie, dat wil zeggen, door opneming, oplossing in de smelt, van triasdolomiet. Dit proces zou men met Rittmann als magma-verkalking kunnen kenschetsen.

De eruptie-produkten veranderen aldus geleidelijk van trachieten (Oer-Somma) via vicoieten (Oude-Somma) en leucietbasalten (Oudeen Jonge Somma) tot leuciettephrieten (Jonge-Somma) en plagioklaasrijke leucitieten, zoogenaamde Vesuvieten (Vesuvius).

Van dit gezichtspunt uit heeft Rittmann de geschiedenis van het Somma-Vesuvius-magma in zijn studie uitvoerig behandeld. Daarop zal hier echter niet nader ingegaan worden.

De foto's 1—3 zijn naar opnamen in September 1938 gemaakt; foto 4 (kennelijk met een tele-objectief opgenomen) is naar een in .Napels alom verkrijgbare prentbriefkaart.