is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot bloklava te maken, een vorm die op den Vesuvius niet typisch ontwikkeld schijnt te zijn. In een paar enclaves steekt de oude ondergrond van asch en lapilli door het dunne dek omhoog (PI. IV, fig. i). Of een lavastroom een touw- en kussen-oppervlak of een sintel- en blokkenvorm zal verkrijgen, hangt van de samenstelling af. Voor de vorming van sintels is veel gas noodig, terwijl de overgang van dun vloeibaar tot vast snel moet verloopen. Daardoor zal een korst, die op een bewegende tong stolt, niet verbogen kunnen worden, maar direct verbrokkelen.

Op het eerste gezicht lijkt het raadselachtig, hoe een lavastroom heeft kunnen vloeien over een afstand van vele honderden meters, terwijl hij uitsluitend schijnt te bestaan uit een losse opeenstapeling van sintels. Een waarneming bij een der genoemde enclaves brengt echter de oplossing. Een steil heuveltje van roode asch steekt boven den stroom uit en hier is duidelijk waar te nemen, dat het niveau van

Fig. i. bchema van het ontstaan van een ïavamuu.

de lava één a twee meter gezakt is, nadat de enclave aanvankelijk bijna geheel verzwolgen was. Een besmeuring met sintels geeft nog dit „hooglava-niveau" aan. Men moet zich dus voorstellen, dat de sintels als schuim op den rug van den lavastroom gevormd en meegevoerd werden. Daarna vloeide de lava onder deze, tegen afkoeling beschermende korst weg, zoodat een in verhouding buitensporig dikke laag blokken op een dun vliesje vast gesteente overbleef. ^

Het grootste gedeelte van de lava in het Valle dell Inferno is afkomstig van de uitbarsting van 1929. In de latere jaren is het echter niet alleen voorgekomen, dat kleinere stroomen over den kraterrand heen op het veld van 1929 vloeiden, maar ook dat onder de verstarde oppervlakte hernieuwde beweging optrad. De vloeiende lava puilde dan ergens midden in het veld omhoog en daar ze communiceerde met de veel hooger in den krater gelegen toevoer, kon zij zich tot vrij hooge gewelven opstuwen L).

1) In bijna alle afleveringen van het Zeitschr. f. Vulkanologie vindt men een korte vermelding van waarnemingen aan den Vesuvius, zie vooral Bd 12. 1930, p. 305 en later.