is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voorzitter stelde vervolgens voor den secretaris van het Genootschap tijdelijk met het penningmeesterschap te belasten, waartoe de heer Voute zich bereid heeft verklaard. Met algemeene stemmen werd dit voorstel aangenomen. De wnd. penningmeester verzocht, voor aangelegenheden betreffende het financieel beheer, een commissie van beheer te benoemen, bestaande uit de heeren dr. R. E. Kielstra en G. A. Dunlop, die zich daartoe bereid hebben verklaard. Ook hiermede gaat de vergadering gaarne accoord.

Aangezien de vice-voorzitter langdurig afwezig zal zijn, stelt hij namens het Huishoudelijk Bestuur voor het lid van dit bestuur, prof. dr. ir. F. A. Vening Meinesz zoolang het voorzitterschap toe te vertrouwen. De vergadering vereenigt zich hiermede.

Bericht is ontvangen, dat de XXIsten Ethnologendag op 7 Januari te Leiden zal plaats vinden.

Dr H W E van Velthoven heeft ontslag gevraagd als secretaris van de commissie Tilburg; hetgeen hem onder dankbetuiging voor de bewezen diensten is verleend. Drs. de Vries, die reeds eerder di secretariaat heeft waargenomen, zal het weder opvatten.

Aan prof. dr. L. Rutten, die een wetenschappelijke reis met studenten naar Cuba gaat maken, is een subsidie verleend.

Na afloop der vergadering hield dr. A. N. J. den Hollander een voordracht met lichtbeelden over „Nederzettingsvormen in de Groote Hongaarsche Vlakte," waaraan het volgende is ontleend.

Als men door de Alföld reist, merkt men talrijke alleen-staande hoeven op: de tanya's, die een geheel andere ontstaanswijze hebben dan soortgelijke boerderijen in andere deelen van Europa. De tanya is, althans oorspronkelijk, niet bedoeld als permanente verblijfplaats van het boerengezin; vormt min of meer een „aanhangsel van een stad en is meestal hoogstens een eeuw oud. Spreker ging de ontwikkelingsgeschiedenis na van de Hongaarsche tanya, wees op de beteekenis van eenige dorpen in de comitaten Börsod en Hèves om de oorspronkelijke vestigingsvormen te leeren kennen van de half-nomadische Magyaarsche stammen, die zich in de vlakte vestigden en legde den nadruk op het eigenaardige „dubbele domicilie" van den Hongaarschen boer. De verwoestingen der Turken, het ontstaan en het veranderend karakter der groote „boeren-steden", de latere uitzwerming over het omringende land, nadat groote veranderingen zich in Hongarije voltrokken hadden (verdeeling van het gemeenschappelijk grondbezit der steden, ruilverkaveling, rivierbeteugelmg, spoorwegaanleg) zijn even zoovele factoren geweest bij het ontstaan der tanya's die zelf zoowel een gevolg, als een voorwaarde waren van de intensificatie van het bodemgebruik in de Alföld. De spreker ging voorts in op de verspreiding der tanya's in de verschillende deelen van de Groote Vlakte, de kenmerken der huidige „boeren-steden" en de groote sociale nadeelen van het tanya-systeem, die men thans op verschillende wijzen tracht te ondervangen.