is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERZICHT N°. 4

TOELICHTING

5 Bosschen. Met behulp van een oudere uitgave van de topografische kaart was het mogelijk, om de bosschen in te teekenen, die hier gedurende de laatste vijftig jaar werden vervangen door akkerland. Een vergelijking met de geologische en met de hoogtekaart doet direct zien, dat juist het hooge, droge, doorlatende praeglaciale zand en grint beboscht is. Ook de soms steile hellingen zullen hierop wel van invloed geweest zijn.

6 Waterstaatkundige kaart. In het midden zakt al het regenwater in den grond weg. Aan de randen komt het hier en daar als bron te voorschijn bv. bij het Peeske. In het Oosten, waar de bodem minder doorlatend is, ontstaan kleine beekjes en moet men slooten graven om het weiland te draineeren. De waterscheidingen tusschen de stroomgebieden van Ouden Rijn, Didamsche Wetering en Rijn zijn natuurlijk maar bij benadering aan te geven. ^

yWegen en nederzettingen. De wegen loopen (behalve de „pasweg Didam— Zeddam) om den heuvelrug heen, waar ook de dorpen en gehuchten liggen, op sandr. en laagterras dus. Alleen Zeddam ligt op den rand van het praeglaciaal

8 Dichtheid van bevolking. Ook deze kaart is slechts bij benadering juist. Voor eiken vierkanten km is het aantal inwoners berekend door het aantal huizen te tellen en dit aantal met 4te vermenigvuldigen. Maar een vergelijking met de andere kaarten doet weer dadelijk onderlinge overeenkomst opmerken. Duidelijk spreekt het verschil in bevolkingsdichtheid tusschen kern en randgebied.