is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERGADERING VAN DEN GEOGRAFISCHEN KRING OP 30 DECEMBER 1938

DOOR

DR. J. P. BAKKER

Deze had plaats in het Geografisch Instituut te Utrecht onder voorzitterschap van prof. dr. K. Oestreich. In de morgenvergadering sprak mej. Th. de Gijselaar, directrice van het lichtbeeldeninstituut te Amsterdam over „de mogelijkheid om landschap en streek in beeld te brengen".

Eerst werd aan een aantal lichtbeelden en opnamen uit het archief van het lichtbeelden-Instituut te Amsterdam gedemonstreerd met welke moeilijkheden de aanschouwing te kampen heeft bij geografische onderwerpen. Voor kleine hoogte- en diepteverschillen moet men in het beeld objecten zoeken te brengen, waaraan het oog een punt van vergelijking heeft; al rondkijkende zoeken wij die onbewust. Vele geografisch belangrijke objecten komen pas op een afstand goed uit, bijv. glooilijnen, kleine hoogten ; onze attentie concentreert zich daarop en haalt ze dan naar voren; voor de fotografie beteekent dat werken met tele-objectieven.

In het algemeen maken wij, al kijkende, van een landschap een synthetisch beeld; wij zien niet alleen het object, maar ook de hggmg, den samenhang met de omgeving, de ruimte en dat ruimtebegrip kan alleen verkregen worden door samengestelde foto's. Hoogte, diepte, afstand en ruimte zijn de problemen bij de geografische fotografie, ook de kleur kan moeilijkheden geven, waarvoor driekleurendrukken een hulpmiddel kunnen zijn. Dit wordt nader toegelicht aan de hand van lichtbeelden uit het archief van het Lichtbeelden-Instituut betreffende twee deelen van ons polderlandschap, en wel een deel van het oude land tusschen en om de groote droogmakerijen met enkele van deze, en het gedeelte tusschen Haarlemmermeer, Oude Rijn en Vecht.

Oude en moderne kaarten en recente foto's toonen de verandering in den waterstaatkundigen toestand van het oude land in het ^Noorderkwartier, daarbij sluiten economische veranderingen aan. Het land tusschen de vele meeren was vroeger een land van visschers en zeevaarders; zoo bekend was de Beemsterpaling in Londen, dat voor 50 jaar nog een gedeelte van de Londensche vischmarkt de Beemsterbank heette. Het droogmaken der meeren ontmoette dan ook veel tegenstand; een herinnering aan dit conflikt bewaart een raam in de kerk te Schermerhorn, voorstellende een visscher met de handen in 't haar en aan de andere zijde een boerin met de boterton.