is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Saamwerkunie, die juist voor de niet-blanken een „laagste" Afrikaansehe taaiexamen heeft ingesteld. „Magtag man, gaan jullie nou die kaffers Afrikaans leer praat. Ek sal nooit nie". De Natalse Saamwerkunie ziet echter verder en constateert nu reeds een verbetering op den vroegeren toestand, toen den kaffers, als zij een Europeesche taal leerden, alleen wat Engelsch werd bijgebracht, door de zendelingen en missionarissen.

Dit zijn slechts indrukken, geen behandeling van het naturellenvraagstuk, welke wij graag aan bevoegden overlaten. Maar, zoo reizende en trekkende merkt men in de practijk de veelzijdigheid er van. Opmerkelijk is bv. weer de verhouding in Port Elizabeth. Daar zijn door de nabijheid van de kaffergebieden, Transkei en Pondoland, duizenden kaffers en ook zijn er een groot getal kleurlingen. Daarnaast heeft zich gevormd een blanke, langzamerhand in de industrie geschoolde bevolking, die men op zijn Europeesch „proletariaat" zou kunnen noemen. In 10 jaar tijds is de bevolking van Port Elizabeth verdubbeld, voor het grootste deel door „arm blankes", die door de plaatselijke industrieën werden opgenomen. Hier heeft men een wisselwerking gezien: kapitaal en ondernemers werden aangetrokken door goede en goedkoope blanke arbeiders en blanke arbeiders trokken naar dit zich steeds uitbreidende industriegebied. Bij Ford, Firestone, Chrysler, enz. werken de blanken aan den loopenden band, zitten blanke vrouwen achter de naaimachines en verdienen geregelde goede loonen. Van welken invloed dit op de verafrikaansching van Port Elizabeth is, behoeven wij niet uit te leggen.

Economische toestanden. Uit de volksplanting van vrijburgers en ambtenaren van het handelslichaam, dat de V.O.C. was, is een samenleving ontstaan, waarin men leefde van de opbrengst van akkerbouw en fruitteelt in de westelijke provincie, van schapen- en veeboerderij in de noordelijke en oostelijke provincies en bovendien van de opbrengst van jacht en visscherij. Vele handelaars deden goede zaken in steden als Kaapstad, Port Elizabeth, Grahamstown, Swellendam en Graaff Reinet. De scheepvaart toen, naar verhouding niet veel minder belangrijk dan nu, was in vreemde (Engelsche) handen. Toen kwam de Groote Trek, die wel allerlei veranderingen bracht, maar niet in de middelen van bestaan. De boerderij nam in belangrijkheid toe, voornamelijk de schapenboerderij en Zuid-Afrika scheen een gelijkmatigen vooruitgang deelachtig té zullen worden .... tot in 1877 diamanten bij Kimberley en in 1884 goud op den Witwatersrand werden ontdekt. De verhoudingen veranderden, als overal waar de tooverstaf van den mijnbouw gaat werken, op slag. Transvaal werd het rijkste gebied dat vroeger tevergeefs had getracht een spoorweg te krijgen en er nu drie aangeboden kreeg. Dat alles is geschiedenis, die nog onlangs op voortreffelijke wijze is beschreven.

Het zijn echter niet de oorspronkelijke bewoners des lands geweest, die in deze veranderingen destijds veel aandeel hebben