is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn aanwijzingen te vinden voor een orthogenetische ontwikkeling van het embryonale gedeelte. Van Onder( ?)-OHgoceen tot Onder-Mioceen schijnt het embryonaal-apparaat zich van isolepidien (lepidocyclien s. str.) over nephrolepidien naar trybliolepidien te willen ontwikkelen, iets, wat ook van andere soorten wel te verwachten is. Ook hier bestaat verschil in tempo bij verschillende soorten. Zeer opmerkelijk was tevens, dat de gemiddelde grootte van het proloculum bij L. tournoueri, in tegenstelling met Cycloclypeus, juist voortdurend bleek af te nemen.

Om de algemeene strekking van deze veranderlijkheid van de initiaalkamer te toetsen aan een geheel verschillende groep van foraminiferen, betrok schrijver ook Globorotalia menardii, afkomstig uit een 5"tal B.P.M.-boormonsters van Java en een subrecent bodemmonster uit de omgeving van de Kai-eilanden, in zijn onderzoek. Zoowel de menardii- als de tuniida-vorm werden aangetroffen, maar deze werden, daar geen enkele duidelijke scheiding kon worden gemaakt, voorloopig als één soort beschouwd. Hier bleek de grootte van het proloculum eerst tot een maximum toe te nemen en daarna weer af te nemen. Dit gqf schrijver aanleiding tot de algemeene stelling, dat tijdens de orthogenetische ontwikkeling van een soort, het proloculum eerst grooter wordt en daarna weer kleiner, tot de soort uitsterft. Cycloclypeus bevindt zich nog steeds in de stijgende lijn, Lepidocyclina reeds vanaf het Oligoceen in de dalende.

Tenslotte roert schrijver ook nog even de kwesties van de zoogenaamde trimorfie aan, zonder tot een oplossing te komen.

B. Caudri.

Steun, Ch. E. Vulkanische verschijnselen in 1935 en 1936. Natuurkundig Tijdschrift voor Ned. Indië, deel 96, blz. 179—187, 1936 «n deel 97, blz. 98—108, 1937. (Samengesteld volgens Buil. of NetherJand Indies Volcan. Survey No. 71—78, 1935—1937).

De mededeelingen over 1935 en 1936 betreffende gecontroleerde en bezochte, werkzame vulkanen maken voor het grootste gedeelte gewag van solfatarenwerking, hier en daar verhoogd, instortingen van kratergedeelten en maatregelen in geval van nood. In 1936 vertoonde de Raoeng (Java) eruptieve werkzaamheid in verschillende maanden. In beide jaren vertoonde de Krakatau werking. De vorm en het oppervlak van Anak Krakatau is steeds aan verandering onderhevig. De Doekono (Halmaheira), waaruit een lavastroom was gevloeid tijdens de werking, werd door militairen bezocht.

Van de Keloed werden tal van plaatselijke bevingen geregistreerd, ■een tabelletje vermeldt alle, welke sedert 1926 werden waargenomen.

Kr.

Bemmelen, R. W. van. Examples of gravitational Tectogenesis from Central Java. Ingenieur in Ned. Indië IV, Taargf 4, blz ïc—6=; 1 table and 4 figs. 1937.

In aansluiting aan de vorige studies van den schrijver over tectoK. N. A. G., LVI. l8