is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uur, gedeeltelijk door moerasterrein, aflegde. Een uur voor het bereiken der bivakplaats werd de patrouille door een zeer vriendschappelijke bevolking met zang en dans verwelkomd en was er een vrij behoorlijk pad. Te 17 uur werd bivak XII betrokken.

Den igden Augustus werd de rivier verkend, welke hier 60—75 m breed is, de rechte gedeelten zijn echter niet langer dan een kilometer. Deze bevindingen werden per radio medegedeeld. Te 10 uur kwam het vliegtuig, landde echter eenige km ZO. van het bivak, alwaar zich een lang recht stuk in de rivier bevindt. Daarheen werd gemarcheerd en te 12.15 uur was de halve patrouille ingeladen. Ten 13.30 uur was de Cuba weer terug en werden ook de overblijvenden naar het Habbema-

meer overgebracht.

Een woord van bij zonderen lof wijdt kapitein J eennk aan het kranige werk van den piloot, den heer Rodger, op dezen dag.

De bevolking toonde eerst veel belangstelling voor het „monster uit de lucht", bij het aanslaan der motoren was zij echter snel verdwenen.

In 17 minuten werd de afstand afgelegd, waarover de patrouille anders vijf dagen zou hebben moeten loopen!

De Redactie heeft het wenschelijk geoordeeld de verslagen, handelende over de tochten door de expeditie-leden gemaakt van het Habbema-meer naar de omgeving van den Wilhelmina-top, ter voorbereiding van, en zoo mogelijk een beklimming, in handen te stellen van den heer J. W. van Nouhuys, deelnemer aan de eerste expedities tot dit doel in 1909 en 1910, en dus ter plaatse bekend. De heer van Nouhuys heeft aan ons verzoek een uittreksel uit die verslagen te maken, gepaard met aanteekeningen, welke hem wenschelijk mochten voorkomen, bereidwillig gevolg gegeven, aan de hand van hetgeen reeds door drie vroegere expedities bekend is uit dezelfde omgeving. De begeleidende kaart VII, achter in deze aflevering, werd gecompileerd uit beschikbare gegevens der vier expedities, waartoe ook oud-kolonel Van Arkel zijn kaart en persoonlijk journaal der expeditie Kremer, welwillend ter beschikking stelde.

Het navolgende is dus van de hand van den heer van Nouhuys.

Gedurende de patrouilletocht van kapitein Teerink naar de „Groote Vallei" was door de expeditie-leden Rand, Brass, Toxopeus en den officier van gezondheid Huls reeds van het Habbema-meer uit een plaats verkend voor een kamp in de richting van den Wilhelmmatop. Volgens het betrokken verslag zou deze plaats gelegen zijn: ongeveer 7 km O. van dien top op een hoogte van 3600 m*). Tusschen het Habbema-meer — waarvan nu de hoogte boven zee op 3225 m is bepaald — en genoemde kampplaats waren in het zuidelijk gedeelte nog eenige ruggen tot 150 meter hoogte over te trekken.

Den 2Ósten Augustus vertrokken Teerink en dr. Rand met een trein van 37 personen onder dekking van een brigade, uit de oude kamp-

1) Zooals verder uit het verslag blijkt, moet voor O. gelezen worden NO.