is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijger, die een mensch (man of kind) vóór zich houdt op zulk een wijze' dat de mensch uit den open muil van het dier schijnt te komen, terwijl de tijger tegelijkertijd het menschelijk wezen beschermend met zijn voorpooten omklemt. Deze voorstelling heeft een cosmologische beteekenis, die men in mythen terugvindt. Deze mythen moeten den oorsprong van een geslacht (een dynastie) verklaren. Zulke mythen toonen daarom meer of min een schema van gelijken aard; zij zijn eveneens in randgebieden buiten China verspreid en staan in verband met een vooroudercultus. De tijger wordt dan beschouwd als duisternisdemon, hij staat dikwijls in betrekking tot een berggeest of tot onderaardsche geesten, ook tot den levensboom. In deze gevallen speelt de tijger dezelfde rol als de beer in het Noorden, overal waar de zoogenaamde beerencultus verspreid is.

Het is zeker dat de Chineesche T'ao-t'ieh, daar waar hij als tijger voorgesteld wordt, gedeeltelijk op een oeroude tijgercultus berust. Zooals bij het beer-ceremonialisme, wordt ook in de tijgercultus een bijzondere beteekenis aan de zorgvuldig intakt bewaarde huid van het dier toegekend. De Sjamaan kleedt zich namelijk met deze huid op zulke wijze, dat de kop van het dier het hoofd bedekt, of wel zoo, dat het gezicht van de Sjamaan uit den open muil van het dier te voorschijn komt. Een dergelijk gebruik van de tijgerhuid laat zich juist ook voor het oude China in het Shang-tijdperk vaststellen Bi] het overtrekken van die huid door den Sjamaan wordt de indru verwekt, dat het dier den mensch beschermt.

Dezelfde voorstellingen van dier en mensch steeds in verband met vooroudercultus ontmoet men in Zuid-Sumatra Zuidoost-Borneo en in Nieuw-Güinea aan de Sepik. Verder vindt men ze terug langs de kust van Noord- en Zuid-Amerika, als ook in Siberie (Yenissei-gebied). Deze voorstellingen hebben dus een circumpacifische verspreiding en zijn, onder meer, kenschetsend voor prae-

columbische hoogculturen. j ,

Het eaat hierbij om een cultuurhistorisch belangwekkend verschijnsel, dat wellicht uitging van de Chineesche cultuur in het Zuiden of aan de kust (Yue-cultuur?). Het gaat gepaard met vierkantbijl en schouderbijl, met akkerbouw, schedeloffers en ook dikwijls met megalithculturen. Tegelijkertijd staat dit verschijnsel in verband met de zoogenaamde herlevingsdrama's bij gelegenheid der initiatie Verondersteld wordt dan, dat de kandidaat „sterft (hij wordt door een monster verslonden) en in een andere gedaante „herleeft (het monster spuwt hem uit). Ook deze herlevingsdrama s zijn typisch voor de pacifische culturen.

De belangrijkheid van de voordracht van dr. Vroklage werd verhoogd door een tentoonstelling van de door hem tijdens zijn stvi i reizen in Timor en Flores verzamelde ethnographica. Deze collect bestaat uit een 300-tal voorwerpen, waaronder vele oude en zeer

WNadafloopban den ethnologendag bezichtigden de deelnemers het