is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mate zal dalen, maar toch mag hij, de IJsel, gezien worden als een der verlengstukken der noordelijke kanalen. De handelsdoeleinden der noordelijke provinciën gaan immers in vele richtingen!

Dat het Noorden des lands inderdaad vooruit gaat, moge met een paar cijfers bewezen worden. De bevolking der provincie Groningen is in de laatste 10 jaren maar liefst met meer dan 30000 zielen gestegen. Friesland en Drente, beide van geringer belang voor den IJsel, elk eveneens met 20000. Dat is een stijging met plus minus 60 000 zielen in 10 jaren tijds, zoodat in het Noorden des lands momenteel meer dan 1 200000 personen verzorging noodig hebben. De toeneming van het aantal gaat in groeiend tempo voort. Het wordt, vooral ook met het oog op recente wetgeving, die de menschen maar liefst daar wil zien blijven waar zij zijn (men denke aan de vestigingswet) ook in het Noorden meer en meer noodig om tot industrialisatie te komen. In Groningen en Friesland ontwikkelt zich industrie, zij het in de tweede provincie nog slechts op bescheiden voet. Voor het Noorden is de IJsel toch de groote aan- en afvoerbuis.

Ook het wegennet breidt zich in het Noorden uit; aanvoer van materiaal is daarvoor noodig. Het komt voor een groot deel via den ITsel naar de drie noordelijke provinciën. Ziehier welke artikelen via den IJsel worden vervoerd: aannemersmateriaal, aardappelen, aardappelmeel, carton, cokes, graan, grint, hooi, hout, kunstmest, riet en rijshout, olie, steen, steenkool, turfstrooisel, veevoeder, vezels, wegenbouwmateriaal, ijzer, zand, enz., enz. In den laatsten tijd ook veel zout van Boekelo, dat naar Scandinavische landen vervoerd wordt.

Het behoeft met het oog op het voorgaande geen bevreemding te wekken, dat tusschen de vijf noordelijke bevrachtingscommissies, te weten Leeuwarden, Groningen, Veendam, Meppel en Zwolle voortdurend overleg gepleegd wordt, waarvoor herhaaldelijk besprekingen, ook met vereenigingen uit het bedrijfsleven, zijn gehouden; en meermalen was het IJselvervoer in het geding. Steeds meer wordt van den IJsel verlangd en zonder eenigen twijfel zullen de noordelijke kanalen weer nieuwe eischen aan dien IJsel stellen. Alleen reeds op grond daarvan zou men tot spoedige kanalisatie van den IJsel moeten besluiten.

Dan beschouwe men het Zuiden des lands. De IJsel is de verbindingsschakel tusschen het uiterste Zuiden en het uiterste Noorden van Nederland. Komt dat reeds afdoende duidelijk tot uiting? Momenteel zeker nog niet. Er bestaat nog steeds geen verkeerscoördinatie en er is strijd tusschen spoor- en tramwegen en waterwegen. Voor sommig vervoer hebben de spoorwegen nog steeds een voorrang, die verre van economisch te noemen is. Te wijzen valt op het vervoer van steenkool; ook op de verlaging van de spoorvracht van ruwe katoen van Rotterdam naar Enschede van 48 cent per 100 kg op 20 cent. In Twente bv. hebben vrijwel alle fabrieken spoor-aansluitingen en deze fabrieken ontvangen na-