is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt teruggezonden of als minderwaardig wordt beschouwd, hetgeen dan van invloed is op de grootte van den bruidschat.

In het zeer weinig voorkomende geval dat een meisje zwanger is, voordat zij gehuwd is, kan de schuldige met haar trouwen, echter gebeurt dit alleen, als hij dit zelf wenscht. Doet hij dat niet, dan heeft dit voor hem geenerlei nadeelig gevolg.

Overspel brengt moeilijkheden voor de schuldigen mede. Beiden werden vroeger gedood, doch thans, uit vrees voor de „Kompenie", moet de beleedigde echtgenoot genoegen nemen met een betaling van de zijde van den schuldigen man. Deze moet een boete, waaronder een varken leveren, waarna het bloed van het varken over den beleedigden echtgenoot wordt uitgestort.

Echtscheiding komt alleen voor, zoolang man en vrouw nog geen gemeenschap hebben gehad, dus gedurende den wentijd van de vrouw.

De man neemt een vooraanstaande plaats in het huwelijksleven in; hij is zijn vrouw geen verantwoording schuldig voor zijn daden. Zijn positie is minder sterk, indien hij in gebreke is gebleven zijn vrouw voldoende goederen te schenken.

Sterfgeval. De lijken van kleine kinderen worden begraven. Aan het graf wordt geen zorg besteed, daar men de begraafplaats voor vijanden verborgen wil houden, omdat men vreest dat anders het hoofd voor een dansfeest zou kunnen worden weggehaald.

Lijken van oudere personen worden op een bed van boomschors gelegd, aan hoofd-en voeteneinde wordt een vuur aangelegd en dit vuur gedurende ongeveer drie dagen onderhouden.

Het lijk zwelt daardoor op en de huid begint los te laten, terwijl het lijkenvocht gaat loopen. Huid, haren en vocht worden bewaard in bamboekokers.

Het geval doet zich wel voor, dat men een levende verdenkt van der dood van den gestorvene. Hij krijgt dan te eten van den inhoud van de bamboekokers, vermengd met eenige andere spijs. Braakt hij daarna, dan is hij schuldig en moet hij een boete betalen. Kan hij dit niet, dan werd hij vroeger gedood.

Het van de huid ontdane lijk wordt vervolgens op een baar gelegd, waarna ongeveer een maand lang hieronder een vuur wordt onderhouden.

Het lijk droogt geheel uit en wordt in pandanbladeren gewikkeld, welke aan elkaar worden genaaid. Het geheel werd vroeger achter tegen de woning bewaard en na ongeveer twee jaren in een grot gelegd of in een spleet geworpen en verder keek men er dan niet meer naar om. Eenige uren van de kustplaats Momi verwijderd moet zich nog zoo'n bewaarplaats van lijken bevinden. Vraagt men thans naar het bestaan dezer gewoonten, dan ontvangt men ontwijkende antwoorden en vaak zegt men dat de „Kompenie" het niet meer hebben wil. Thans worden de lijken veelal dadelijk na de uitdroging in het bosch verborgen; thuis bewaren komt niet meer zoo veel voor. Het drogen, „asar" genaamd, geschiedt nog wel in de huizen.

wordt teruggezonden of als minderwaardig wordt beschouwd, hetgeen dan van invloed is op de grootte van den bruidschat.

In het zeer weinig voorkomende geval dat een meisje zwanger is, voordat zij gehuwd is, kan de schuldige met haar trouwen, echter gebeurt dit alleen, als hij dit zelf wenscht. Doet hij dat niet, dan heeft dit voor hem geenerlei nadeelig gevolg.

Overspel brengt moeilijkheden voor de schuldigen mede. Beiden werden vroeger gedood, doch thans, uit vrees voor de „Kompenie", moet de beleedigde echtgenoot genoegen nemen met een betaling van de zijde van den schuldigen man. Deze moet een boete, waaronder een varken leveren, waarna het bloed van het varken over den beleedigden echtgenoot wordt uitgestort.

Echtscheiding komt alleen voor, zoolang man en vrouw nog geen gemeenschap hebben gehad, dus gedurende den wentijd van de vrouw.

De man neemt een vooraanstaande plaats in het huwelijksleven in; hij is zijn vrouw geen verantwoording schuldig voor zijn daden. Zijn positie is minder sterk, indien hij in gebreke is gebleven zijn vrouw voldoende goederen te schenken.

Sterfgeval. De lijken van kleine kinderen worden begraven. Aan het graf wordt geen zorg besteed, daar men de begraafplaats voor vijanden verborgen wil houden, omdat men vreest dat anders het hoofd voor een dansfeest zou kunnen worden weggehaald.

Lijken van oudere personen worden op een bed van boomschors gelegd, aan hoofd-en voeteneinde wordt een vuur aangelegd en dit vuur gedurende ongeveer drie dagen onderhouden.

Het lijk zwelt daardoor op en de huid begint los te laten, terwijl het lijkenvocht gaat loopen. Huid, haren en vocht worden bewaard in bamboekokers.

Het geval doet zich wel voor, dat men een levende verdenkt van der dood van den gestorvene. Hij krijgt dan te eten van den inhoud van de bamboekokers, vermengd met eenige andere spijs. Braakt hij daarna, dan is hij schuldig en moet hij een boete betalen. Kan hij dit niet, dan werd hij vroeger gedood.

Het van de huid ontdane lijk wordt vervolgens op een baar gelegd, waarna ongeveer een maand lang hieronder een vuur wordt onderhouden.

Het lijk droogt geheel uit en wordt in pandanbladeren gewikkeld, welke aan elkaar worden genaaid. Het geheel werd vroeger achter tegen de woning bewaard en na ongeveer twee jaren in een grot gelegd of in een spleet geworpen en verder keek men er dan niet meer naar om. Eenige uren van de kustplaats Momi verwijderd moet zich nog zoo'n bewaarplaats van lijken bevinden. Vraagt men thans naar het bestaan dezer gewoonten, dan ontvangt men ontwijkende antwoorden en vaak zegt men dat de „Kompenie" het niet meer hebben wil. Thans worden de lijken veelal dadelijk na de uitdroging in het bosch verborgen; thuis bewaren komt niet meer zoo veel voor. Het drogen, „asar" genaamd, geschiedt nog wel in de huizen.