is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee het Hooge Sauerland, het platform van Winterberg, afhelt naar de 300 m lager gelegen Waldecker Rumpfflache.

Deze Stufe, al 30 jaren geleden als erosie-rand vastgesteld en als prototype van een insnijding van een jongere schiervlakte in een opgewelfde, oudere schiervlakte beschouwd, moest hier — volgens de door W. Penck gegeven beschrijving — haar evenknie vinden. Ja, omdat aan W. Penck het reeds in 1909 beschreven voorbeeld uit het Rijnsche leisteenplateau niet bekend was, werd door hem juist de steilrand tusschen P3 en P4 als prototype van een piedmonthelling beschouwd, en de betreffende bladzijden in „Die morphologische Analyse" zijn sindsdien door alle morphologen telkens en telkens weer geraadpleegd en aangehaald.

De beschrijving van W. Penck doet vermoeden, dat in de lijn Ziegenrück-Mehltheuer-Plauen in het landschap een steilrand met 100 m hoogteverschil voorkomt. Boven, op 600 m ligt de oudere piedmontvlakte P3. Met smalle, steil hellende dallijnen bereiken de riviertjes van het hoogere niveau uit, de lager gelegen piedmontvlakte P4. De ruggen tusschen deze dalen, die dus de P3vlakte, zacht hellend, naar het Noorden voortzetten, zijn opgelost tot een eilandbergenlandschap. Onafzienbaar, alleen door eilandbergen en kleine koppen onderbroken, strekt zich de piedmontvlakte P4 uit; want P4 moet als lager gelegene trede nog uitgestrekter zijn dan P3 en niet minder plat en vlak, omdat de denudatie er nog minder op gewerkt heeft.

Dit is het beeld, dat de beschrijving van W. Penck bij den lezer opwekt. Dat ik met groote verwachtingen dezen steilrand heb genaderd, laat zich begrijpen, want hier, niet op het Fichtelgebergte, moet mijns inziens bij W. Penck het denkbeeld van de piedmonttrap zijn opgekomen — wanneer ik mijn ondervinding aangaande het Sauerlandsche voorbeeld mij in de herinnering terugroep.

Wat wij echter zien is het volgende1). De groote schier- of piedmontvlakte P3, respectievelijk F4, strekt zich haast zonder onderbreking met een zeer flauwe helling uit van het gebied van de boven-Saale bij Hof (± 600 m) tot aan den plateaurand boven het Saale-dal bij Ziegenrück (Liebengrün en Liebschütz 528 en 518 m) en zijn oostelijke voortzetting, den steilrand bij Mehltheuer, uit. Ook benoorden Ziegenrück bereikt de ruglijn van de hoogvlakte in de Culm-leien bij Schmorda nog 524 m. In deze helling (Abdachung) heeft de Saaie haar O.-W. gericht meanderend dalvak tusschen Ziegenrück en Eichicht (bij Saalfeld) ingesneden, dus loodrecht op de richting van de helling der vlakte.

De Saaie heeft hier een epigenetisch dal uitgeslepen, haar loop is antecedent ten opzichte van de opwelving, die hier een Z.-N.lijke helling heeft doen ontstaan. Een vroeg erosie-stadium, volgend op den „oorspronkelijken" loop langs het welvingsvlak, is

1) De vraagstukken werden in het terrein op een gemeenschappelijken tocht met dr. Th. Raven besproken.