is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vingen bekend staan, óf de oevers van wateren opzochten om daar hun tenten op te slaan. Laatstgenoemden vervaardigden een groot deel van hun werktuigen van hertshoorn. Dergelijke verschijnselen trof men vooral ook in Engeland en Noord-Europa aan.

Vervolgens kreeg jhr. dr. C. G. S. Sandberg gelegenheid een mededeeling te doen over het probleem van terugschrij dende erosie.

Spreker bepaalde zich tot een kort en scherp stellen van het wezen van het probleem, om aldus zoo veel mogelijk tijd en gelegenheid voor de gedachtenwisseling beschikbaar te stellen. Een uitgewerkte, principieele beschouwing van dit onderwerp mag bovendien in de eerstvolgende aflevering van het „Zeitschrift für Geomorphologie" worden verwacht.

Aangezien de rivier-erosie een der hoofdfactoren uitmaakt onder die, welke het uiterlijk van het bovenzeesche deel der aarde bepalen, is een juiste kennis van haar wijze van werken van fundamenteel belang voor den geomorfoloog en den aardrijkskundige, zoowel als voor den geoloog.

Nu wordt algemeen aangenomen, dat de bedding-uitdiepende werking van het stroomende water van de monding eener rivier — het basisniveau — naar haar oorsprong toe voortschrijdt. Dat wil zeggen dat het zich landwaartsverlengen van rivierdalen veroorzaakt' zou worden door een erosie-werking, welke zich van den riviermond gaandeweg stroomopwaarts voortzet. Dienovereenkomstig zou de ontwikkeling van het geheele rivierenstelsel, het aantappen, onthoofden van nevenstroomen, enz. beheerscht en geregeld worden, vanuit het uiteindelijk basisniveau, het niveau der zee. Hoewel nu deze opvatting lijnrecht in strijd is met de wet van het arbeidsvermogen van beweging, wordt zij gehandhaafd bij gelijktijdige erkenning der juistheid van genoemde wet! Op deze innerlijke tegenstrijdigheid heeft spreker gemeend nadrukkelijk de aandacht te moeten vestigen. Alléén toch door haar bestaan ruiterlijk te erkennen en haar voor de gedachtenwisseling en -verdieping aan de orde te stellen, wordt de mogelijkheid geboden aan een tweeslachtigheid, die op den duur voor de wetenschap onduldbaar is, een einde te maken.

Na den gemeenschappelijken maaltijd kreeg dr. W. J. Jong het woord voor zijn mededeeling over Een recente Amerikaansche kritiek op de theorie der piedmonttrappen-

Deze kritiek is voornamelijk gericht tegen twee punten: de veronderstelling dat knikken in het lengteprofiel der rivieren, vergeleken met de snelheid der algemeene denudatie, een vrij langdurig bestaan hebben; en tegen de meening, dat door denudatie de dalhellingen min of meer evenwijdig aan zich zelve worden teruggebracht. Spreker concludeert, dat hoewel de auteur, J. L. Rich, de aandacht op vele punten vestigt, die wel eens te veel worden verwaarloosd, in het algemeen de ingebrachte bezwaren niet van dien aard zijn, dat men daardoor gedwongen zou zijn afstand te doen van de idee van