is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Proefnemingen noodig.

Het juiste bedrijfstype voor een Europeesch boerenbedrijf heeft men in deze landen nog steeds niet gevonden. Het Inlandsche, dat op eeuwenlange ervaring berust en volkomen aangepast is aan de agrarische en oeconomische behoeften van de Inlandsche samenleving, kan uiteraard niet als voorbeeld dienen voor een Europeesch boerenbedrijf.

Nog minder kunnen dit de groote cultures, die voor de wereldmarkt werken en weinig of geen aandacht schenken aan den verbouw van voedingsgewassen; een punt, dat voor den kleinen landbouwer de eerste bron van zijn bestaan behoort te zijn.

Dat punt is echter niet alleen door de meeste kleine landbouwers over het hoofd gezien, doch ook door de meeste kolonisaties, zelfs ook dan wanneer men over deskundig advies beschikte. Een bedrijfstype, dat ook maar eenigermate als model voor het kolonisatie-werk zou kunnen dienen, ontbreekt zoodoende in Indië. Daarom acht de Kolonisatie-raad het noodig, dat men in de gebieden, waarin kolonisatie voor Europeanen mogelijk wordt geacht, telkens een proefbedrijf aanlegt.

Gemengd bedrijf. Dan is er één punt, dat volgens den Raad in het bijzonder een proef rechtvaardigt, namelijk de vraag of in Indië een gemengd landbouw- en veeteeltbedrijf mogelijk is

— en zoo ja — hoe dit bedrijf zou moeten worden opgezet. Daarom heeft de Raad een plan ontworpen voor stichting van een proefbedrijf op gemengden grondslag met Nederlandsche boeren op de Daïri-gronden.

Onvolledige kennis dezer plannen heeft een deel der pers destijds geïnspireerd tot voorbarige critiek, terwijl ten onrechte gedacht werd, dat een en ander een voorbereiding zou zijn voor de kolonisatie van Nederlandsche boeren in Indië. Derhalve moge nog eens betoogd worden, dat de bedoeling van dit proefbedrijf geen andere is dan het zoeken naar den juisten bedrijfsoeconomischen opzet voor een gemengd boerenbedrijf.

Juist omdat het in casu een proefneming betreft, is het niet wel mogelijk reeds bij voorbaat een scherp omlijnd plan op te stellen voor de inrichting en ontwikkeling.

Op Poeloe Laoet is een proef begonnen om in een ooftkweekerij

— waarbij inzonderheid gedacht wordt aan het kweeken van djeroek sijem en djamboe monjet — een oeconomische basis te vinden, speciaal voor de kolonisatie aldaar en aangepast aan de daar heerschende toestanden.

De voorgenomen concentratie der kolonies van de Siking te Andai bij Manokwari is weder een andere poging om voor een bepaald gebied den daarvoor geschiksten vorm van boerenbedrijf te vinden.

Gemechaniseerd bedrijf. Tenslotte is de V.K.N.G. zoekende naar een geschikt terrein om een proef te nemen met een gemechaniseerd bedrijf. Een dergelijk bedrijf moet in de eerste