is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter pas uit een vrij recenten tijd en is door het gedeeltelijk slechten van den Rijndijk ontstaan; hij heeft mijns inziens niet lang genoeg kunnen werken om zoo eigenaardige verhoudingen teweeg te brengen, als wij deze op de stafkaart ten noorden van Zevenaar tusschen den zoogenaamden Ouden Steeg en den Weteringswal van Griet kunnen waarnemen. Ik wijs ook op het weiland genaamd Het Hunneveld ten westen van Griet. De afmetingen van de Drususgracht, die door Suetonius uitdrukkelijk als een werk „van een verbazenden arbeid" is gekenschetst, moeten tenminste van de rangorde geweest zijn, die wij thans nog bij de overblijfselen van de voormalige gracht van Corbulo, de Vliet tusschen Roomburg en Rijswijk kunnen gadeslaan !). Nooit kunnen de kleine slooten ter weerszijden van den eigenaardigen dam, thans als Linge bekend, als een werk worden beschouwd, waarop de bewoordingen van Suetonius zouden kunnen worden toegepast2).

Ik ben mij van het denkbeeldige van deze zienswijze wel bewust en heb derhalve ook geen tracé van de, door mij veronderstelde Drususgracht op het hiernaast weergegeven kaartje aangegeven. Het woord is nu weer aan de oudheidkundigen en geschiedkundigen 3).

1) Zie de details in het artikel van dr. A. A. Beekman in dit tijdschrift 1916, blz. 815 volg.

2) Het zou wenschelijk zijn, indien allen, die met zoo groote toewijding aan het opsporen van Romeinsche oudheden in Nederland werken, ook in de gelegenheid zouden kunnen worden gesteld om de Romeinen en hun werken in hun eigen land te leeren kennen. Wie uit eigen ondervinding weet, welke schitterende prestaties door deze meesters der techniek geenszins als „verbazende arbeid" werden beschouwd, (bv. de groote waterleidingen; de honderden van kilometers lange, geplaveide straatwegen; tunnels, die de eeuwen hebben getrotseerd; een plattegrond van Rome op een schaal, die thans het kadaster niet zou aandurven) en wie weet, wat feitelijk door hen als een „moles", „ingens opus" enz. werd beschouwd (de thermen van Caracalla nabij Rome; het Colosseum in Rome e.d.), zal nooit op het idee komen, bv. de Linge voor een Drususgracht te willen houden.

3) Op het kaartje heb ik aangaande de splitsing van Rijn en Waal in de oudheid aan de tot nog toe geldige opvattingen gemeend te kunnen vasthouden, omdat ook na en door de jongste terugvinding der „moles" (krib) van Drusus nabij Herwen, die aanleiding gaf tot een kunstmatige splitsing van den Rijn, mijns inziens nog niets is bewezen omtrent de voorafgaande natuurlijke verhoudingen.

K. N. A. G., LVI.

40