is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel daarvan liggen dé tuffen tot rond iooo m hoogte, in het Tjilajoedal nabij de Tjibodasmonding zijn zij ontsloten op rond 360 m boven zee, maar eenige kilometers ten zuiden daarvan, rondom den Pr. Gedang, reiken zij weder tot 650 a 700 m.

In enkele gevallen nemen de dacietische brecciën een lager niveau in dan de tuffen en wordt in enkele profielen de korrelgrootte naar boven toe geringer; in andere gevallen heeft het omgekeerde plaats en gaan goedgelaagde fijne mergelachtige tuffieten naar boven toe in verwante, slecht of in het geheel niet gebankte afzettingen van grover allooi over, hetgeen dan mogelijk op een geleidelijke verlanding wijst.

Wat den relatieven ouderdom der onderscheidene aangetroffen gesteenten betreft, zoo kan als vaststaand alleen gelden, dat de granodioriet jonger is dan de andesiet, omdat deze nabij het contact is gemetamorfoseerd. Tot hoever de contacthof zich uitstrekt, zou vooral door nader onderzoek in de Tjibodas en langs de 1 jilajoe-rievier, zoowel stroomopwaarts als -afwaarts van de Tjibodasmonding, uitgemaakt dienen te worden.

Voorts is het ook zeker, dat de dacieten en daciettuffen jonger zijn dan de andesiet, daar ze van dit laatste gesteente rolblokken kunnen bevatten, terwijl omgekeerd in andesiettuffen geen fragmenten van daciet werden gevonden. Ook alle andere geologische waarnemingen pleiten hiervoor. Omtrent de verhouding kwartsdioriet-daciet kunnen wij geen op een directe waarneming berustende positieve uitspraak doen. Weliswaar zijn de daciettuffen in de nabijheid van den kwartsdioriet sterk verkiezeld, maar ook op grooteren afstand daarvan is dat somtijds het geval, zoodat deze verkiezeling zooals hierboven al aangegeven, evengoed een gevolg kan zijn van latere diagenese, bij dergelijke zeer zure tuffen niets ongewoons, als wel van postvulkanische thermale silificatie. Ook werden geen producten gevonden, die men zou moeten opvatten als door de inwerking van graniet veranderde daciet. Ofschoon nog geen contact werd gezien tusschen beide eruptiefgesteenten, „waarop men de hand kan leggen , mag toch wel als zeker gelden, dat de daciet jonger is dan de granodioriet en uit hetzelfde magma stammende als een later afsplitsingsproduct daarvan is uitgevloeid. Hierboven maakten wij gewag van een dacietgang in de Tjilajoe als een intrusie in gemetamorfoseerde andesiet. Hieruit is ook de concludeeren, dat de daciet jonger is dan de metamorfose, dus jonger zijn moet dan de granodioriet.

Van den batholiet treedt alleen de buitenste schaal aan den dag, Het is zeer waarschijnlijk, dat het blootkomende gesteente afwijkt van de iets dieper gelegen kern, niet alleen doordat zich een normaal min of meer basische randfacies heeft ontwikkeld, maar ook doordat in de buitenste schaal de samenstelling door insmelting van andesiet naar de basische zijde is verschoven.

Op ettelijke plaatsen is door ons basalt gevonden en uit deze streek en overigens ook verder in het zuidelijk deel der voormalige Preanger Regentschappen, worden in het werk van Verbeek en Fennema tal