is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nieuw-Guinea exploratie, waarvoor alle hulde aan onze Marine-luchtvaartdienst toekomt.

Brouwer komt om 2 uur uit Koegapa terug met onze bijzondere vrienden, de Zonggonoe's, mannen, vrouwen en kinderen, een geheele troep van eenige tientallen met Kigi-moajakigi, de tonawi, aan het hoofd. Ook diens echtgenoote is meegekomen. Ze voeren een woesten krijgsdans uit met dreiging tegen de weerbarstige kampong in den noordoosthoek van het meer. Het liefst zouden ze er zoo op uit willen trekken om die lieden een lesje te geven. Ook de Ekari's, die hier bij den bestuurspost wonen, zijn van hetzelfde gevoelen en voeren eveneens een krijgsdans uit.

22 Juli. De donkere kamer is gereedgekomen. Dien dag werd door den leider een vergadering belegd met alle expeditieleden, behalve ITzerman, die nog op zijn landtocht van Oeta uit was, en Boschma, die nog niet op het expeditieterrein was aangekomen, om een algemeen werkplan voor de maanden Augustus en September vast te stellen. Overeenstemming werd bereikt over een programma, zooals in groote lijnen, in rood, is aangegeven op het kaartje achter in deze aflevering en hieronder in hoofdzaak is omschreven.

De leider zou den tocht naar de Boven-Rouffaer, gaande langs de Araboe-rivier x), in Augustus voorbereiden en vervolgens in die maand en September met IJzerman, Brouwer, Hagdorn en Moh. Saleh uitvoeren2).

Eyma zou in westelijke richting van het Paniai-meer uit het gebergte ingaan tot het astronomisch te bepalen punt II en in noordelijke richting van het meer uit tot het astronomisch te bepalen punt IV, vergezeld door Hagdorn en dë mantri Hoeka.

Brouwer van Enarotali naar het Itadohmeer en omgeving langs de oostkust van het Tage-meer en de noordkust van het Tigi-meer; later zou hij ook de westkust van het Tage-meer bezoeken.

Eyma en IJzerman naar den top van den 3600 m hoogen Déjai.

Voorts verschillende tochten met een der motorbooten rond de meren ter bestijging der berghellingen en onderzoek door de belang-

1) Aan een, na afdrukken van het kaartje achter in deze aflevering, ontvangen verslag van dr. De Bruyn is ontleend, dat de Araboe-rivier op de kaart van dr. Cator (welke vermoed wordt, dat als grondslag heeft gediend voor de topografische schetskaart, waaraan eerstgenoemd kaartje is ontleend) niet de Araboe is maar de Koabeao. Volgens De Bruyn ligt de Araboe ten rechte meer oostelijk van de Koabeao en komt van het Noordoosten om dan tesamen met de Egabo in het Paniai-meer uit te monden. — Red.

2) Aan een Aneta-bericht is ontleend, dat reeds den vierden Mei door een vóór-expeditie, onder leiding van den commissaris van politie J. P. K. van Eechoud en den controleur B. Bartstra, behoeften waaronder een radio-telefonie-zender naar de Mamberamo-rivier zijn gebracht om, via de Rouffaerrivier met behulp van prauwen met aanhangmotoren, het voormalig bivak van de Nederlandsch-Amerikaansche expeditie in 1926 aan den voet van het gebergte, en vandaar uit door dragers een bivak in het gebergte te bevoorraden. Zoodoende is aldaar een steunpunt voor den grooten tocht van Le Roux en zijn metgezellen gevestigd. — Red.