is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9-3II-332 ton» waarmede het de eerste plaats inneemt onder de Oostzeehavens (het ontnam Stettin de leiding) en de vierde plaats onder de continentale havens na Rotterdam, Hamburg en Antwerpen.

Vervolgens komen er artikelen over de bevolkingstoeneming van Polen, de kwestie der overbevolking en der emigratie, over de verspreiding der Polen en van Poolsche geografische namen over de aarde (veel o.a. in de Vereenigde Staten), over Fransch West-Afrika (handelsbeweging havens), over de haven van Bombay (met kaartje), over de verbinding tusschen Polen en Zweden over de Oostzee, over Portugal en het koloniaal probleem. Interessanter voor ons is dan nog een artikel van prof. Pawlowski over de handelsbetrekkingen tusschen Polen en Nederlandsch Indië, met statistieken, ontleend aan No. 153 der Mededeelingen van het Centrale Kantoor der Statistiek te Batavia, 1938 (In- en Uitvoer Ned. Indië 1937).

^ De publicatie besluit met 20 bladzijden Maritieme en Koloniale Kroniek en een verzameling recensies over nieuw verschenen werken en artikelen, onder de laatste een heele reeks die verschenen zijn in de „Comptes rendus" van het Internationaal Aardrijkskundig Congres te Amsterdam in 1938. Dr. J. F. Hoekstra.

Dr. Alfons Gabriel, Aus den Einsamkeiten Irans. Mit 65 Abbildungen auf Tafeln, 2 Panoramen, 2 mehrfarbigen Karton und 4 Kartenskizzen. Strecker und Schröder Verlag, Stuttgart 1939. Geheftet Rm. 9.

Dit weer zeer sober gehouden en toch boeiend geschreven reisverhaal van den voormaligen scheepsdokter Gabriel en zijn vrouw Agnes Gabriel-Kummer, behandelt de derde studiereis van dit sympathieke en wel zeer moedige en wetenschappelijk uitstekend onderlegde echtpaar. In 1927—'28 maakten zij hun eerste onderzoekingsreis „In Weltfernen Oriënt", bestudeerden o.m. het bergland van zuidelijk Iran en waren de eerste blanken die Anguhran, de hoofdstad van Bashakird, bezochten. (Zie mijn bespreking in dit tijdschrift 1930, blz. 1033 e.v.). In 1933 volgde een tweede reis „Durch Persiens Wüsten", op welke vooral de groote woestijn de Loet werd bestudeerd, met name het zuidelijk deel ervan en ook een deel van het bergland der Balogen. (Zie dit tijdschrift 1935, blz. 897). En thans deze derde „Forschungsfahrt" door de woestijn Loet, het Perzische gedeelte van Balo^istan en een deel van zuidelijk Afghanistan. Hulde voor zooveel wilskracht en ondernemingsgeest om gelijk het echtpaar Visser-Hooft ten onzent met wel zeer beperkte middelen, vrijwel geheel privé zulke kleine expedities of wil men ontdekkingsreizen niet alleen te ontwerpen, maar ook ondanks de grootste bezwaren — hitte, droogte, onbetrouwbare bevolking steeds „Raubbereit" (blz. 107) — uit te voeren en onderwijl belangwekkende aanteekeningen te maken. Ook thans, gelijk op de voorafgaande reizen, zijn de wetenschappelijke resultaten, vooral op physisch-geografisch, maar ook op historisch-geografisch gebied weer groot geweest. Zij, die studie maken van de woestijnen, zullen dan ook Gabriel'si werken niet ongelezen kunnen laten.