is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitenzorg en Priangan. De vindplaatsen daar behooren tot het Neogeen, namelijk van het Jong Mioceen tot het Jong Plioceen. Het hout is gevonden en de Badoei-lagen met de Bodjongmanik-lagen en verder is de Tjilegong-lagen, die door een discordantie van de onderliggende sedimenten zijn gescheiden (zie ook de tabel op blz. 176). In het hier besproken gebied ligt ook het land Bolang, dat als vindplaats van fossiel hout reeds lang in de literatuur bekend is. Kr.

Musper, K. A. F. R., Over het voorkomen van Halysites Wallichi Reed op Nieuw-Guinea. De Ingenieur van Ned. Indië IV. Mijnbouw en Geologie 5e jaarg. blz. 156—157, 1938.

Op Nieuw-Guinea was reeds in 1910 door Van Nouhuys een stuk steen met bovengenoemd koraal gevonden en wel in de Noordoostrivier. Door de expeditie onder leiding van ir. H. Terpstra werden nog weer twee rolsteenen meegebracht, die beide een stuk van een kolonie daarvan bevatten. Eén werd gevonden in de Penanggih (stroomgebied van de Noord- of Lorenzrivier) en nog één in de reeds genoemde Noordoostrivier, zoodat de laag, waaruit de fossielen afkomstig zijn, zich in O.-W.-richting minstens 18 km moet uitstrekken. Halysites wordt voornamelijk in silurische (bovensilurische) afzettingen aangetroffen, maar in Amerika ook nog in het Devoon. De gevonden soort komt in Voor-Indië voor in het Boven Siluur. Gesteenten van Nieuw-Guinea, welke voor devonisch gelden en in dezelfde omgeving zijn aangetroffen, wijken zeer sterk af. Al is het dan ook nog met een zeker voorbehoud, worden de vondsten waarschijnlijk terecht tot het Siluur gerekend. Ze bewijzen in elk geval de aanwezigheid van Oud Palaeoroicum ter plaatse en zijn door de petrografische geaardheid van het gesteente mogelijk van belang voor de bepaling van den ouderdom van de regionaal metamorfe kristallijne schisten van NieuwGuinea, aangezien de gesteente-massa uit vrijwel niet gerekristalliseerde fijne calciet bestaat. Kr.

Musper, K. A. F. R., Zur Lage des Vulkans Calago auf Mindanao (Philippinen). De Ingenieur van Ned. Ind. IV. Mijnbouw en Geologie 5e jaarg. blz. 157, 1938.

Omtrent de juiste ligging van den vulkaan bestond eenige onzekerheid. Deze is nu bepaald op ongeveer 70 54' Nb. eni24° 50' Ol. De plaats valt bijna samen met den 2286 m hoogen hoofdtop van de Kalatungan-bergen in de provincie Bukiduon. Met de eveneens werkzame Ragang vormt deze de jongste vulkanenzone in het centrum van een jong vulkanisch gebied, waartoe ook de uitgedoofde vulkanen Katanglad (ook Katunlud genoemd) uit het NO. en de Makaturing in het ZW. behooren. De vier toppen liggen op een boog van ongeveer 90 km om een vooral uit bazalt bestaande hoogvlakte, in het midden waarvan het Lanao-meer is gelegen (700 m boven zee), dat door sommigen voor een kratermeer wordt gehouden. Kr.