is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 Augustus. Nepveu telegrafeert mij, dat de vliegtuigen morgen boven komen met Boschma, één mantri en bagage. Tevens zal getracht worden te parachuteeren.

De kleine motorboot vertrekt met een aanvulling vivres voor Araboe-bivak; de boot komt echter 's middags terug: de rivier banjirde zwaar, vele boomstammen kwamen afdrijven, de opvaart bleek onmogelijk op het tweede deel van het traject. Het weer is zeer slecht: stormachtig, zware bewolking, af en toe regenbuien.

19 Augustus. De vliegtuigen zijn om 6 uur van Etna-baai gestart. Wij krijgen echter bericht, dat zij niet door de dichte wolkenbanken heen kunnen. Om 11 uur zal een nieuwe poging gedaan worden. Deze gaat echter niet door, daar de Etna-baai dicht zit en er zware regenbuien vallen. Intusschen is den geheelen morgen als gewoonlijk de noordwesthoek van het meer, dus het dal van de Siriwo geheel schoon. Nogmaals, het is zeer jammer, dat de vliegbasis niet aan de ZO.-kust van de Geelvinkbaai gekozen is. Op een schip iets grooter dan de „Anna" had de geheele bemanning ondergebracht kunnen worden.

Intusschen loopt het met de parachuteering voor de West-patrouille mis. Ik vrees, dat er voorloopig geen kans is te Amerahö voedsel af te werpen. Volgens afspraak gaan de koelies heden terug naar Kotaboe om vivres op te halen. Het aantal dragers is thans op die lijn te gering, zoodat ik besluit 6 gestraften en 2 agenten, die bij dr. Brouwer zijn, met spoed terug te roepen, om ze aan de West-patrouille toe te voegen.

20 Augustus (Zondag) : De T. 23 komt om 8 uur binnen. Tot onze verwondering zien wij behalve Reijnierse ook Nepveu uit het vliegtuig stappen in de prauw, die hen naar den wal zal voeren. Blijkbaar is de T. 21 dus nog niet in de Etna-baai. Ook Boschma met eén zijner mantri's en 600 kg verzamelmateriaal en persoonlijke bagage is meegekomen. Voor mij een prettig weerzien, vooral daar de heer Boschma, mijn overbuurman uit Leiden, mij de groeten van huis overbrengt.

Prof. Boschma heeft met de „Anna" in zeer slecht weer een alles behalve prettigen overtocht gehad van Amboina naar de Etna-baai. Men heeft zelfs een heelen tijd met afgeslagen motoren in volle zee liggen dobberen. Boschma heeft versteld gestaan van de uitstekende zeemanskunst van de officieren der „Anna".

De instrumenten van den Topografischen Dienst en het afdrukpapier voor den luchtfotograaf zijn tot mijn spijt nog niet medegekomen. Ik zal moeten wachten tot de komst van de „Fomalhout , daar ik de precisie-aneroïde-barometer op de Oost-patrouille beslist noodig heb.

De kleine motorboot gaat met een halve ton vivres naar het Araboebivak, terwijl een brief meegaat naar mantri Saleh om van de opvoerlijn naar het midden-Kemaboe-dal koelies naar genoemd bivak te zenden, teneinde mij met mijn bagage op te voeren, daar hier in het hoofdbivak geen enkele koelie meer beschikbaar is.