is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den oever. Ten 4 uur 10 maken we kamp op een eiland, 's Avonds wordt een deel van den leguaan aan Rombouts en mij voorgezet; het witte vleesch smaakt voortreffelijk.

12 Augustus. Ten half zeven een regenbui. Vertrekken een half uur later. Wij vorderen goed en bereiken ten 13 uur den Britschen oever. Ten 14 uur de Wanasiri-vallen (zie foto no. 12), welke ruim twee uur ophouden. Terwijl de arbeiders met de booten bezig zijn, nemen Rombouts en ik het waar om op de rotsige eilandjes rond te neuzen, waar wij veel geel-bloeiende orchideeën vinden. Kampplaats boven de vallen, 's Avonds wordt, evenals vorige dagen, eindeloos verteld (takki tori = talk story) en gediscussieerd door onze Creolen; de drie voornaamste onderwerpen zijn (en blijven dat drie jaar lang) : de vrouwen; politie-zaken, waarin een hunner de verdrukte onschuld en de rechter de schurk is; theologische vraagstukken.

13 Augustus. Ten 7 uur vertrek; regenachtig, later mooi weer. Passeeren den Paraplu-val en zijn ten half tien bij de Tramway-vallen, waar de corjalen ontladen moeten worden. De rivier is hier, zooals bij alle soela's en vallen, weer totaal onoverzichtelijk en bezaaid met eilanden. Het kanaal waardoor wij de booten zullen trachten te vervoeren, is een ongeveer 30 m breede rechte geul tusschen de rotsen, waardoor zich in het midden een zwalpende watermassa met krullende golven perst; langs de rotsen is het echter betrekkelijk rustig. Den geheelen dag zijn de arbeiders bezig met het boven den val brengen der lading; bovendien worden nog twee leege booten heelhuids te water bovengebracht. Ten vier uur een onweersbui, waarna een prachtige avond met maan, die het woeste waterbewegen wonderlijk doet contrasteeren met de stilte van het oerwoud. Daar we nog smeulend vuur aantroffen, heeft admiraal Kiiyser deze plek blijkbaar gisteren tot kamp gehad. Nivelleerbarometer geeft hoogte boven zee 82 meter.

14 Augustus. Slagregens van vijf tot zeven uur. Brengen de overige booten naar boven. Ten half twaalf is alles weer ingeladen, waarna rantsoen wordt uitgegeven. Veel soela's houden ons zeer op; ten 15 uur aan den voet van den Mopé-val. Daar onze gids Jacobs (arbeider, die hier als balata-bleeder meermalen is geweest) zegt dat boven den val nergens kamp kan worden gemaakt, daar door het hooge water de bosschen onder water staan, blijven wij hier aan een zandstrandje en maken kamp. Sedert 14 uur voortdurend regen; de rivier wast nog steeds. Zag in de Tramway-vallen voor 't eerst een kaaiman zwemmen. Vangen eiken dag veel pirai's.

15 Augustus. Vertrekken bij regenachtig weer; nog geen halt uur later slaat boot 13 (de ongeluksboot) om in de Mopé-val; de boot van Rombouts, die vlak bij is, lost vliegensvlug wat van zijn lading op een rots en zakt af om te redden wat te redden valt van de snel wegdrijvende blikken, tentkleeden enz. Het verlies beperkt zich tot vier blikken suiker (die zinken) — 80 kostbare kilo's — twee blikken rijst en bagage van de twee inzittenden. Niet prettig om, met acht maanden voor den boeg, zijn bed kwijt te raken! Gelukkig hebben wij nog een reservehangmat

27 Augustus. Zeer mooie ochtend, lichte mist over het water. 1 en