is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar water; de kreek die eruit ontspringt en naar het WNW. stroomt, valt in den bekenden Litani-tak; naar de andere zijde ontspringt een kreek, die ik een heel eind in kaart bracht en die onomstootelijk een Braziliaan is; hier hebben we dus een zwamp, dat naar twee zijden afwatert en deel uitmaakt van de waterscheiding.

Van Straelen gaat door het zwamp heen en klimt verder naar het Westen, om er Rombouts (die gisteren naar zijn eigen kamp aan de Litani terugkeerde), volgens afspraak te ontmoeten. Hij vindt echter geen spoor van den dokter. Maar om 4 uur komen Macdonald en Augustinus aanzetten uit 's dokters kamp VI met brieven van hem. Van der Waals en William waren goed gevorderd; de waterscheiding schijnt echter geheel terug te draaien naar het NO., daartoe gedwongen door een groote Braziliaansche kreek, die noordoost-zuidwest stroomt; overigens ... van den admiraal geen spoor. De toestand wordt langzamerhand een beetje critiek.

Of de admiraal is verdwaald, of al eerder vertrokken naar het drielandenpunt om met de Franschen, die op hem wachten, te confereeren. Maar dan komt het hierop neer, dat wij — nu de Brazilianen uitmunten door afwezigheid — het werk, dat voor het derde jaar overbleef, bijna geheel alleen moeten doen.

Rombouts aarzelde niet en vertrok terstond met drie man en 2^2 week voeding, om het verkenningswerk van Van der Waals voort te zetten: een kloek besluit, waarmee ik het geheel eens ben; een oponthoud, door verdere besprekingen, was onverantwoord, daar met het oog op de voeding, de tijd dringt.

Wij moeten nu in snel tempo verder, allereerst om de nog ontbrekende verbinding op de waterscheiding met de door den dokter gekapte grenslijn te vinden, en vervolgens zijn lijn schoon te kappen en op te meten.

2 December. Vannacht tot half twee sterren geobserveerd; er kwam toen een einde aan, door bewolking en door ... mieren, tienduizenden mieren, die ons een kwaad half uur bezorgden. Tusschen omgehakte boomstammen met het universaal-instrument en de tijdmeters ingeklemd op een driehoekje grond, en in het duister niet wetend vanwaar onze aanvallers kwamen, was het een critiek moment, toen de mieren, door een voetstap in hun altijd zoo geordende colonne, blijkbaar verstoord, zich op ons wierpen, en wij plotseling tot aan onzen hals onder de hevig van zich af bijtende diertjes zaten. Van Straelen en ik werkten ons eerst uit de gevangenis van boomstammen en trachtten elkaar de mieren van het lijf te plukken en te slaan. Langs een omweg bereikten wij daarna weer het slagveld, waar met groote omzichtigheid de instrumenten konden worden ingepakt. De atmosfeer was dezen nacht zoo vochtig geweest, dat reeds even voor het mierendrama, de randverdeeling bijna niet meer was af te lezen; het instrument droop letterlijk van den dauw.

Op 4 December vond ik aansluiting met het werk van Rombouts op den „Vuurberg", de rots waar wij de laatste maal rook hadden gezien en vanwaar hij ook onze rook had ontdekt op den Tweeling-