is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen Istanbul (uitgesproken Stawboel — de I is hier in het Turksch stom, evenals bij Izmir, uitgesproken Smir — hetgeen de A.N.P.omroepers steeds verzuimen) en Stamboel, het oude echt Turksche deel der stad Istanbul, ter onderscheiding van Pera en Galata, de andere stadsgedeelten resp. door West-Europeanen („Franken") en Grieken enz. bewoond.

Waarom tenslotte om beurten Oost-Friesland en Oostfriesland geschreven, als het laatste de aangewezen schrijfwijze is? Ten overvloede zij in aansluiting op blz. 51 nog opgemerkt, dat zoowel in Oostfriesland als in de Graafschap Bentheim de Nederlandsche taal tot na 1870 nog zeer algemeen werd gesproken, vooral onder de Calvinisten, wier predikanten tot voor kort nog te Kampen werden opgeleid. Nog voor eenige jaren ontmoette ik te Emden den Gereformeerden prediker, die in de IJselstad zijn opleiding had ontvangen. Men vgl. ook de velé zuiver Nederlandsche opschriften op de grafsteenen van de Geref. Kerk te Emden. J- VAN Hinte

H. van Meurs, Literatuur-overzicht over het jaar 1938 van de Taal- Land- en Volkenkunde en Geschiedenis van Nederlandsch-Indië. VI en 73 blz. M. Nijhoff. 's-Gravenhage 1939. Prijs ƒ 1.50.

Dit literatuur-overzicht, uitgegeven door het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië is, zooals men in het voorbericht vermeld vindt, een voortzetting van twee in vorige jaren reeds verschenen overzichten.

Dit derde deel is, in afwijking van de voorafgaande deelen, geografisch in rubrieken verdeeld. Een dergelijke indeeling is logisch voor de bibliografie van het tijdschrift van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap en wellicht te verdedigen voor het driemaandelijks verschijnend tijdschrift van het Bataviaasch Genootschap, aangezien de vermelde literatuur over drie maanden dikwijls te weinig omvattend is voor een meer gecompliceerde indeeling, maar te weinig overzichtelijk, dunkt ons is een dergelijke indeeling voor een bibliografie, die een „literatuur-overzicht over het jaar 1938 van de taal-, land- en volkenkunde en geschiedenis" wil geven. Het wil ons voorkomen, dat een indeeling in gebiedsdeelen alléén, voor den philoloog, linguist, historicus en arch<eoloog niet bevredigend kan zijn. Doch dit is een kwestie van opvatting, aangezien uit het voorwoord blijkt, dat de heer Van Meurs, ten behoeve van de practische bruikbaarheid, de indeeling in hoofdstukken juist zoo eenvoudig mogelijk heeft gekozen.

Reeds meermalen is ons opgevallen, dat bibliografiën meestal melding maken van tijdschrift-artikelen, waarbij de voor den wetenschappelijken onderzoeker soms waardevolle „mededeelingen", „berichten of hoe deze rubrieken heeten mogen, over het hoofd worden gezien. De rubriek „Aardrijkskundig Nieuws" — om bij ons tijdschrift te blijven _ bevat soms belangrijke, oorspronkelijke gegevens, die, doordat zij geen „artikels" genoemd worden, aan den belangstellende gemakkelijk kunnen ontgaan, wanneer na het afsluiten van een jaargang