is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

joerije nog over eenige millioenen ha braak liggend land, dat zeer goed tot exploitatie gebracht kan worden. Een uitbreiding van de sojabooncultuur behoeft dus niet gepaard te gaan met een inkrimping van het areaal noodig voor andere voedingsgewassen. Het staatkundig bestel vertoonde in Mandsjoerije, in de periode waarin de vraag naar sojaboonen op de wereldmarkt zoo geweldig toenam (1910—1930), een grootere stabiliteit dan in China. Bovendien beschikt Mandsjoerije over een spoorwegnet, dat vergeleken met het Chineesche dicht is te noemen en dat een regelmatige verzending van den oogst mogelijk maakt. Het kennen van deze factoren maakt het aannemelijk, dat — niet China — maar Mandsjoerije thans de wereldproductie van sojaboonen beheerscht.

Voor Mandsjoerije is de sojaboon het belangrijkste gewas; ze beteekent voor dit land wat de tarwe is voor Canada en de koffie voor Brazilië. In 1936 was 27 % van het cultuurland met de sojaboon beplant. In 1930 vormde de uitvoerwaarde van de sojaboon en haar producten 52% van de totale uitvoerwaarde van Mandsjoerije. Deze beteekenis is te danken aan: 1) haar waarde als voedingsgewas zoowel als handelsgewas (in 1930 werd 82 % van den oogst op de markt gebracht, 18 % diende voor eigen consumptie) , 2) de aanpassing die de sojaboon binnen haar klimaatgebied vertoont ten opzichte van weersinvloeden, grondsoorten; 3) haar bijdrage als vlinderbloemige tot de vruchtbaarheid van den bodem. Wat de verspreiding van de sojabooncultuur in Mandsjoerije betreft, zij opgemerkt dat deze een typische concentratie vertoont langs spoorwegen en rivieren, hetgeen natuurlijk nauw met transportmogelijkheden verband houdt.

(Economie Geography, Juli 1939)

Nationaal park Upemba, het vierde reservaat in Belgisch Congo. — Het Instituut der Nationale Parken in Belgisch Congo heeft onlangs ook in het zuidelijk deel van den Congo, nabij Rhodesia, een groot nationaal park gesticht, waarbij de totale oppervlakte aan natuurreservaten gebracht is op 28 500 km2, ruim vier vijfden van de oppervlakte van Nederland.

Dit park Upemba, in Katanga gelegen, kenmerkt zich door veel overeenkomst met Zuidafrikaansche streken, en bevat plantenen dierensoorten, welke in geen ander deel van den Congo voorkomen. Het was niet eenvoudig om een groot terrein te vinden, dat als een integraal natuurreservaat kan worden beschouwd ; menschen waren er heel weinig, doch de mijnexploraties in dit deel van den Congo strekten zich over belangrijke gebieden uit. Men is er evenwel in geslaagd om door een compensatie-politiek met de eigenaars van mijnrechten tot overeenstemming te komen, zoodat ten slotte een oppervlakte van 900000 ha kon worden gereserveerd, omvattende de bekkens van de Beneden-Lufira de Luingila en de Munte, belangrijke gedeelten van de meren Kisale en Upemba, evenals het geheele Kabwe-meer.