is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, die hem liever geene verplichtingen aan anderen deed hebben? Beide karaktertrekken verraadt hij gedurig iu vele omstandigheden zijns levens — en geen wonder, hij was een Fries, met de deugden en niet minder met de gebreken van zijn stamgenooten behebt.

Te Harlingen dan bleef hij preeken zeer tot genoegen zijner hoorders, al maakte hij geen werk vau mondelinge voordracht, en al legde hij zich niet op sierlijke welsprekendheid toe. Want gloed en verheffing waren hem vreemd; den didactischen toon sloeg hij bij uitsluiting aan; kalm en beredeneerd was zijn preek- of beter gezegd zijn betoogtrant; hem hoorende gedacht men aan de Engelsche predikers dier dagen, wier geest ook in zijn studeervertrek rondwaarde. Moraal preekte hij, altijd practisch, zelden of nooit den profeet, vaker den strengen zedemeester gelijk, ernstig, nooit hartstochtelijk Eene leerrede, door hem in December 1738 uitgesproken, ten opschrift voerende: De onrechtvaardigheid der sluikerije, naar aanleiding van Matth. 22 vs. 21, kan dit getuigen. Ik noem haar, omdat zij ook historisch belang heeft. Zij werd gehouden en gedrukt met het oog op de eigenaardige verhouding der Friesche Doopsgezinden tot de Overheid, daar juist toen de questie van de vrijheid in geloofszaken op nieuw te berde gebracht en het verlangen daarnaar door velen der onzen luide uitgesproken werd.

Van nu af zien wij Stinstra dan ook een werkzaam aandeel nemen in het verdedigen van de belangen zijner geloofsgenooten; nu neemt de strijd een aanvang, die