is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viezen luidden , gelijk te voorzien was, ongunstig; Franeker zond er twee in, wegens verschil van gevoelen, één van Professor Venema, het andere van Laan; achtte de laatste hem wel degelijk met Socinianisme besmet, de eerste pleitte den beschuldigde geheel vrij; maar zijn advies , het beste van allen, ook volgens getuigenis van tijdgenooten, werd niet gehoord. Den 13den Januari 1742 spraken de Gedeputeerde Staten het vonnis over Stinstra uit, waarbij hij in de uitoefening van zijn predikambt geschorst werd, totdat hij alles herroepen zou hebben. (1) En hiermede nam voorloopig de rechtszaak — wat zij nooit had moeten wezen — een einde; de verkoop van het boek des veroordeelden werd op boete van 50 gulden verboden , en de gemeente te Harlingen van zijne prediking beroofd.

Maar geen einde nam de strijd, die, in geschrifte gevoerd , reeds vroeger een aanvang had genomen. Geen verkwikkelijk schouwspel biedt hij ons aan. Met scherpe wapenen werd er van beide zijden gevochten. Wie hem in al zijne bijzonderheden wenscht na te gaan en met alle strijders en geschriften kennis wil maken, verwijs ik naar het boek van Sepp zelf. Hier noem ik alleen den Hoogleeraar Jan van der Honert, den bekenden polemicus en ketterjager, //den paus van Holland, den paus te Leijden" gelijk hij genoemd werd Zijn //Brief aan Stinstra" waarin op vrij scherpe wijze de gewone beschuldiging, gesteund door de meest alledaagsche

(1) Het verslag der belangrijke zitting deelt de Heer Sepp ons in zijn geheel uit Frieslands provinciaal archief mede.