is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genooten Herdingh en Oosterwijk in kennis en predikgaven beneden hem staande, vergoedden dit door hunnen ijver in de practijk. Een grooten dunk krijgen wij van de lieidadigheid der gemeente door eene opgave van de aanzienlijke sommen, die zij zoowel voor hare eigene armen, als voor de noodlijdende gemeenten opbracht, waarbij nog de bijdragen kwamen, die zij, nu eens aan de Amsterdamsche commissie ter uitdeeling, dan weer aan de verdrukte broeders in het buitenland toezond. Eindelijk maken wij kennis met Toger's opvolger, Bremer , die, als Eemonstrautsch proponent beroepen, zich eerst nog moest laten doopen, een van de stichters der Amsterdamsche kweekschool werd, en , vóór deze bestond, den jongeling Danxei. Scharff eene wetenschappelijke opleiding verzekerde, om later naast hem in dezelfde gemeente werkzaam te zijn. Zoowel het beroep, na zijn vertrek in 1728 uitgebracht op Backer, predikant der Zonisten, die echter bedankte, als de keuze der leeraren, die de vrijbeurten waarnamen, getuigen voor het streven des Kerkeraads om aan beide richtingen in de gemeente recht te laten wedervaren, door èn Lamisten èn Zonisten voor haar te doen optreden. Hiermede besluit Ds. Sepp zijn verslag over de gemeente en eindig ik het mijne over zijn boek.

Een lezer, die mij tot hiertoe gevolgd is, verwacht misschien nog een antwoord op de vraag, die ik mij tot opschrift heb gekozen. Welnu, hij oordeele zelf, wat ik meedeelde was nog maar weinig in vergelijking met den rijken inhoud. Maar heeft het nu heusch de moeite

6