is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de vraag naar het ontstaan van een godsdienst hoogst moeielijk te beantwoorden is, daar ze ook rekening moet houden met het oorspronkelijke in den stichter, met den verborgen inhoud van zijn innerlijk wezen. Is Jezus persoon in dit opzicht voor ons een geheim — welnu 't is iets meer dan een fraze, wanneer we hem de hoogste openbaring Gods aan de wereld noemen, en waarom zouden we ook hier niet aan Gods leiding denken en Diens onnaspeurlijke wegen? Een wonder iii den gewonen zin van het woord verklaart zeker weinig > maar toch, moesten we kiezen, liever nog namen we dit aan met het oog op Jezus verschijning, dan de koude, rationalistische opvatting van Straatman , waarbij al het goddelijke en verhevene wegvalt en voor het platte en alledaagsche moet wijken. De zijne gelijkt machtig veel op de oude meening,'dat de godsdienst in priesterbedrog zijn oorsprong zou vinden; beiden worden door de geschiedenis en een goede zielkunde veroordeeld.

Hetzelfde geldt m. i. van hetgeen hij ons verder doet hooren. //Godsdienst," zoo zegt hij, //wel in staat der zedelijkheid als drijfveer te dienen, maar onbekwaam om haar voort te brengen. Godsdienst onveranderlijk aan de wenschen en behoeften van het hart cijnsbaar, en daarom nooit van zelfzucht vrij, en dikwijls aan de ware zedelijkheid hinderlijk; deze daarentegen van nature tegen de zelfzucht gekant, niet op den godsdienst, maar op kennis en ervaring steunende, en enkel in den staat der onmondigheid de ondersteuning van den godsdienst behoevende" (bl. 22).