is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zie, hoe de Heer S. alleen waarheid in zijne leer kan vinden, ofschoon die door tal van ernstige geleerden wordt veroordeeld; hoe hij bij herhaling de loftrompet over zich zeiven steekt, en het alles behalve goed vindt, dat de gemeente zich niet als één man aan zijne zijde schaarde. Is dat liefde, die hooge toon, die aanmatiging, die kwalijk verborgen spijt? In geen geval de liefde door Paulus bezoDgen. — Maar de Heer S. was toch ten volle van de waarheid zijner beginselen en stellingen overtuigd en mocht hij ze dan niet uitspreken ? Hij is toch ook de eenige niet, die een hoogen toon tegenover de gemeente aanslaat. Neen waarlijk niet. Maar wat ik tegen hem heb, is dit, dat hij alzoo van den kansel, in een kerkgebouw sprak. Wat dunkt u van den directeur van een blindeninstituut, die, in een openings- of andere feestrede, het nuttelooze en heillooze van dergelijke instellingen betoogt ?

Wat van een godsdienstleeraar, die in dit zijn karakter zich opmaakt om het recht van den godsdienst te bestrijden ?

Stelt de gemeente hem niet aan tot bevordering van haar godsdienstig leven? Zijn niet daaraan de Zondagmorgenuren gewijd ? Hij moge spotten met dat wauwelen over godsdienst enz., het genoegen zij hem gegund, maar hij doe het elders. De kansel is geen plaats, waarvan men wetenschap doceert. Orthodoxen en modernen beide zondigen hierin, bewust of onbewust; maar het is te verschoonen, omdat ze in de overtuiging verkeeren, met hunne meer of min wetenschappelijke verhandelingen over