is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van genoemd opstel kunnen aanmerken, nog steeds onze broeders, onze geestverwanten, onze naasten op kerkelijk gebied hebben te zien.

De Eedactie der Doopsgezinde Bijdragen meent dan ook aan een wensch harer lezers tegemoet te komen, door hun van tijd iets mede te deelen, wat tot deze broeders in den vreemde betrekking heeft. Haren blik daarbij geenszins uitsluitend tot Noord-Duitschland bepalende, vangt zij ditmaal aan met hunne opmerkzaamheid te vestigen op eenige artikelen voorkomende in den loopenden jaargang der Landbouw-Courant (No. 33 env.), en behelzende een Verslag omtrent de koloniën der Duitsche Mennoniten aan de rivier de Molochna of Molotschna in Zuid-Ilusland. Dit verslag werd door den Heer Amersfooedt ontleend aan eene der bijlagen tot een werk van den Heer M. Cgchet , Eransch Consul te Odessa, waarin deze de resultaten mededeelt van een, op last der Fransche regeering ingesteld, onderzoek naaiden staat van den landbouw in het zuidelijk deel van het Moscovitische rijk. De geachte vertaler heeft gemeend, den inhoud van dat stuk ter kennisse van de lezers der Landbouw-Courant te moeten brengen, //omdat daarin behandeld wordt het lot van onze voormalige landgenooten, die zich aldaar gevestigd hebben, en wier levenswijze, zoo hij meent, onze belangstelling verdient." Dat hij zich in dit opzicht aan eene vergissing heeft schuldig gemaakt, is voor geen van de lezers der Doopsgezinde Bijdragen een geheim. De koloniën aan de Molotschna zijn van zuiver Duitschen oorsprong, en of zich