is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de beide leeraren Ds. J. W. Straatman en C. Oorver een brief aan den kerkeraad, waarin zij dezen verzochten aan de broederschap voor te stellen, dat het ondergaan van den doop bij de toetreding tot de gemeente niet langer verplicht zou zijn en de viering van het avondmaal langzamerhand zou worden afgeschaft, — voorts dat aan de leeraren zou worden vergund, gezang, gebed en tekst achterwege te laten en op de groote christelijke feesten geheel vrije stoften te behandelen. Zij verklaarden daarbij, dat ze, indien deze voorstellen werden afgewezen, hun predikambt zouden nederleggen.

Nadat deze brief den 17en November aan de broederschap medegedeeld, en een voorstel om reeds den volgenden avond daarover een besluit te nemen afgestemd was, verzocht Ds. Straatman terstond zijn ontslag; dit voorbeeld werd door zijn ambtgenoot gevolgd, toen den 24en November de broederschap verklaard had aan 't verlangen der leeraren niet te kunnen voldoen. Daarop nam Ds. Corver den 15en en Ds. Straatman den 22en December afscheid; de laatste met eeue sedert uitgegeven rede, waarbij hij Gal. 4 vs. 12b. tot tekst koos. De pogingen om in deze dubbele vacature te voorzien hebben aanvankelijk tot geen nieuw beroep geleid. In October 1.1. besloot de broederschap voorloopig den geheelen dienst aau ééneu eerlang te benoemen leeraar op te dragen, en werden tot het geven van godsdienstonderwijs aan de jeugd verzocht en bereid bevonden de leeraren L. van Cleeff Jr. van Uithuizen en J Hoekstra van Middelstum.