is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1869, 01-01-1869

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

driemaal daags wordt gedronken, voor ieder die er van wil gebruiken, een suikerpot met lepeltjes klaar, — maar de meesten laten dien staan. Misschien was 't van ouds de gewoonte dat eerst de mannen en, nadat dezen gedaan hadden, de vrouwen en de kleine kinderen aten, maar die gewoonte is nu een uitzondering geworden. Op begrafenismalen schikken de naaste bloedverwanten van den overledene met de oudste mannen en vrouwen eerst aan tafel; later, aan de tweede, derde en vierde tafel de overige gasten.

Altijd, winter en zomer door, zijn zij vroeg in de weer, meestal om vier uur op, zoodat Js winters bij de smeerkaars ontbeten wordt en, als het nauwelijks dag is, ieder aan 't gewone huiswerk of den veldarbeid gaat. Laatst, in October, hoorde ik een boerin verschrikt uitroepen: //groote goedheid! daar luidt de etensklok al!" en toen ik op de klok keek, merkte ik dat het pas tien minuten over half elf was. Trouwens bij hen wordt altijd de klok een half uur voorgezet, en nog nooit heeft iemand ze op een drafje naar den spoortrein zien loopen.

Zelden trouwen de Mennisten en de overige Amerikanen onder elkander. Een Menniste vader raadt dit zijn zoons nooit aan, of de bruid moet bijzonder rijk wezen. Aan den anderen kant gebeurt het dikwijls, dat een Amerikaansche boer een Mennist meisje voor zijn zoon ten huwelijk vraagt, en als 't hem gelukt, er van zegt: //nu zal hij eerst leeren wat flink huishouden en lekker koken is."

Eigenaardig zijn ook hun feesten. Met Kersttijd eten zij gebraden kalkoen en allerlei gebak, waarbij moeder