is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechtdoende in hooger beroep,

Doet te niet het appel;

Bekrachtigt het vonnis, waarvan appel; en Veroordeelt den appellant in de kosten van het hooger beroep.

Zitting van 7 Juli 1887. Voorzitter: als voren.

Appel van een interlocutoir. — Commissionnair en

expediteur. stilzwijgende overeenkomst.

Van een interlocutoir, waarbij een eed opgedragen is, geappelleerd en in appel geconcludeerd zijnde tot vernietiging van dat vonnis en toewijzing van den eisch, terwijl volgens de grieven bij appel aangevoerd de vordering geheel zoude bewezen zijn en dus het opleggen van eenen eed geen zin zoude hebben, dan zijn wel degelijk grieven tegen het interlocutoir aangevoerd en niet tegen een eindvonnis dat niet bestaat.

Hene vordering tot betaling eener geldsom, wegens gedane voorschotten en verdiende commissiepenningen is niet per se eene actie uit comm'ssiecontract.

Hij die de diensten van eenen commissionnair en expediteur in de uitoefening dier beroepen zonder protest aanvaart, moet geacht worden met dezen-eene stilzwijgende overeenkomst te hebben aangegaan, waardoor hij zich verbonden heeft voorschotten en loon te betalen, doende het daarbij niets ter zake of de toegezonden goederen den geadresseerde in eigendom toebehooren dan wel of hij ze voor eenen derde in ontvangst neemt.

Gr. Mullemeister, handelende onder de firma ïïana Muilemeister & Co , appellant, comp eerst bij den adv. en proe. Mr. D. Fock, daarna bij den adv. en proe, Mr. P. Maelaine Pont, contra

P. H. Weijnschenk, geintimeorde, comp. bij den adv. en proe. Mr. F. H. Gerritzen.