is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat dit echter slechts opgaat wanneer die vordering aan alle de eischers gesamenlijk gemeen is of zij al de verweerders gesamenlijk betreft, doch niet wanneer, zooals in casu, ieder eischer eene afzonderlijke vordering heeft, welke hem geheel individueel aangaat;

dat verder de vordering niet ontvankelijk is omdat de dag. vaarding sedert het tegen twee der eischers verleend verstek uit haar verband is gerukt en het daardoor niet bekend is welke der goederen het verzet der overgebleven eischers geldt; dat toch de vier oorspronkelijke eischers schorsing vorderden van al de in beslag genomen goederen, bewerende ieder voor zijn deel eigenaars daarvan te zijn, doch dat, nu twee der eischers zijn uitgevallen, de eisch tot schorsing onmogelijk meer al de in beslag genomen goederen kan betreffen, maar beperkt moet zijn tot die, welke de beide overgebleven eischers, ieder voor hun aandeel, als eigendom reclameeren;

dat hiertegen niets afdoet des eersten rechters overweging dat de eischers, uit hoofde der omstandigheden waaronder de in beslag genomen goederen naar Makasser zijn vervoerd en aldaar opgeslagen, niet in staat zouden zijn om uit te maken welke van die goederen aan ieder hunner toebehooren; dat toch eischers daarvoor slechts het proces-verbaal van beslag hadden behoeven te raadplegen en bovendien, daar deze goederen dezelfden zijn, waarop het vroegere beslag, dat nietig verklaard en opgeheven is, gelegd was, de eischers, die reeds tegen dat vroegere beslag opgekomen waren, uit die exploiten hadden kunnen opgeven welke goederen zij beweerden hun eigendom te zijn;

dat eindelijk omtrent appellants ontkentenis, dat de eischers eigenaren van de in beslag genomen goederen zouden zijn, de rechter a quo overweegt dat de vraag omtrent het eigendomsrecht door den gewonen rechter moet worden behandeld, voor wien de hoofdzaak, het verzet tegen de ten uitvoerlegging van een vonnis, is aanhangig gemaakt;

dat dit is onjuist, omdat er geene hoofdzaak voor den gewonen rechter aanhangig is, maar eischers rauwelijks schorsing van den executorialen verkoop hebben gevraagd zonder dat bij